1 Korinthiërs 6
Lees 1 Korinthiërs 6 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 De apostel bestraft hier nog enkele gebreken onder de Korinthiers, waarvan het eerste is dat zij de geschillen die onder hen waren over wereldse zaken niet liever onderling in der minne afhandelden, dan dat zij die voor ongelovige overheden brachten. 2 Bewijst dat dit de gelovigen niet betaamde, aangezien zij de wereld en de engelen zullen oordelen. 7 Wijst daarna de oorsprong aan waaruit zulke geschillen ontstonden, namelijk uit gebrek aan liefde, verdraagzaamheid en rechtvaardigheid. 9 Betuigt dat de onrechtvaardigen en andere ergerlijke mensen het koninkrijk der hemelen niet zullen beerven. 11 en dat het voor hen onbehoorlijk was dat zij hun voortaan nog gelijk zouden zijn, omdat zij door de Geest van God van de heerschappij van zulke zonden verlost waren. 12 Bestraft nog een ander gebrek in hen, bestaande uit het misbruik van spijzen en andere zaken die de buik aangaan, maar voornamelijk de hoererij. 15 Bewijst daarna met vele redenen hoe onbetamelijk die is voor de christenen. 19 wier lichamen tempels van de Heilige Geest zijn, die duur gekocht zijn en God in lichaam en geest moeten verheerlijken.
1Durft iemand van u, die een zaak heeft tegen een ander, te recht gaan voor de onrechtvaardigen, en niet voor de heiligen?
2Weet u niet, dat de heiligen de wereld oordelen zullen? En als door u de wereld geoordeeld wordt, bent u onwaardig de minste gerechtzaken?
3Weet u niet, dat wij de engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer de zaken, die dit leven aangaan?
4Zo u dan gerechtzaken hebt, die dit leven aangaan, zet die daarover, die in de Gemeente minst geacht zijn.
5Ik zeg u dit tot schaamte. Is er dan zo onder u geen, die wijs is, ook niet één, die zou kunnen oordelen tussen zijn broeders?
6Maar de ene broeder gaat met de anderen broeder te recht, en dat voor ongelovigen.
7Zo is er dan nu geheel tekortkoming onder u, dat u met elkaar rechtzaken hebt. Waarom lijdt u niet liever ongelijk? Waarom lijdt u niet liever schade?
8Maar u doet ongelijk, en doet schade, en dat de broeders.
9Of weet u niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven?
10Dwaal niet; noch ontuchtplegers, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk van God beërven.
11En dit was u sommigen; maar u bent afgewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus, en door de Geest van onze God;
12Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen zijn niet raadzaam; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal onder de macht van geen mij laten brengen.
13De spijzen zijn voor de buik, en de buik is voor de spijzen; maar God zal zowel deze als die te niet doen. Maar het lichaam is niet voor de hoererij, maar voor de Heere en de Heere voor het lichaam.
14En God heeft ook de Heere opgewekt, en zal ons opwekken door Zijn kracht.
15Weet u niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan de leden van Christus nemen, en maken ze leden van een hoer? Volstrekt niet.
16Of weet u niet, dat die de hoer aanhangt, één lichaam met haar is? Want die twee, zegt Hij, zullen tot één vlees wezen.
17Maar die de Heere aanhangt, is één geest met Hem.
18Vlucht weg van de hoererij. Alle zonde, die de mens doet, is buiten het lichaam, maar die hoererij bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam.
19Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is, Die u van God hebt, en dat u van uzelf niet bent?
20Want u bent duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.