Bijbel1 Meqabyan

1 Meqabyan 26

Lees 1 Meqabyan 26 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1En de armen, opnieuw, zij liggen te peinzen op hun bed; en als de rijken hen niet ontvangen, worden zij als een dorre boom die geen sap heeft; en waar geen sap is, spruit geen wortel uit; en waar geen wortel is, spruit geen scheut uit.

2En als de scheut niet uitspruit, brengt zij geen vrucht voort; want de scheut dient tot het voortbrengen van vrucht; en wie geen vrucht heeft, heeft geen goed werk; want het voornaamste voor een mens is de vrucht van de gerechtigheid.

3En als hij gerechtigheid doet, draagt hij de vrucht van de eerlijkheid; en God verheugt Zich over de mens die gerechtigheid en eerlijkheid doet.

4En Hij verhoort het gebed van hem die bidt, en de arbeid van zijn lippen; en Hij verstoot de rechtvaardige niet vanwege zijn gerechtigheid die hij heeft gedaan.

5En wie zou de goddeloze rechtvaardigen zonder bekering, vanwege het kwaad van zijn werk dat hij gedaan heeft? Want God is rechtvaardig en heeft de gerechtigheid lief, en Hij is onpartijdig naar het aangezicht van de rijke, noch van de arme, in het gericht; want Hij is de Heerser van hemel en aarde, en de ziel van allen is in Zijn hand.