1 Meqabyan 30
Lees 1 Meqabyan 30 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En Ik heb het huis van Saul verworpen, want hij heeft Mij getergd, omdat hij Mijn woord overtrad.
2En Ik heb Mij ook van hem afgewend, en Ik zal niet opnieuw iemand uit zijn huis doen heersen, omdat hij Mijn woord niet bewaarde.
3En evenzo zij die Mijn woord niet bewaren en niet wandelen in Mijn wet en in Mijn voorschriften: Ik zal Mijn gave van hen onthouden, en Mijn koninkrijk van hun zaad, tot in eeuwigheid.
4En Ik zal berouw hebben, zodat Ik hen niet opnieuw verhoog, maar eerder dat Ik hen verdelg; want toen Ik hen verhoogde, hebben zij Mij niet groot gemaakt, en toen Ik hen eerde, hebben zij Mij niet geëerd.
5En toen Ik hun goed deed, deden zij Mij geen goed; en toen Ik hen onderwees, onderwezen zij Mij niet.
6Want Ik heb hen tot hoofd gemaakt over allen, maar zij hebben Mij niet tot hoofd gemaakt over hen; en toen Ik hen boven allen eerde, hebben zij Mij niet geëerd en Mijn gebod niet bewaard.
7En Ik heb ook de gave weggenomen die Ik hun gegeven had, en Ik zal ze hun niet teruggeven, zoals Ik gezworen heb in Mijn toorn; en wie Mij eert, dien zal Ik eren, en wie Mij liefheeft, dien zal Ik begunstigen; zó zegt God die over alles heerst.
8Maar wat betreft hen die Mij niet eren en Mijn gebod niet bewaren: Ik zal hun deel afsnijden van Mijn gave die Ik hun gegeven heb.
9God die over alles heerst zegt: wie Mij liefheeft, dien zal Ik liefhebben, en wie Mij groot maakt, dien zal Ik groot maken.
10Want Ik ben God die alles oordeelt, en er is niemand die aan Mijn hand ontkomt, in de hemel boven en op de aarde beneden; want Ik ben God die doodt en levend maakt, die slaat en Zich ontfermt.
11En de grootheid en de heerlijkheid zijn de Mijne; wie Ik liefheb, dien zal Ik eren, en wie Ik haat, dien zal Ik vernederen.
12En Ik ben het die Mij ontferm over hen die Mij liefhebben en Mijn naam gedenken te allen tijde; voor de arme en voor de rijke ben Ik de verzorger van het voedsel.
13En niet voor de mens alleen, maar ook voor het vee en voor de vogels en voor de wilde dieren en voor de vissen die in de zee zijn, en voor de slangen.
14En voor de zeegedrochten, en voor de krokodillen, en voor de ingota's, en voor de nijlpaarden, en voor de gehoornde dieren.
15En al wat zich beweegt in het water, en al wat vliegt boven in de lucht, dat is het Mijne.
16En Ik ben het die voedsel geef naar wat gepast is en naar wat nodig is, voor hen allen die Mij zoeken.