Bijbel1 Meqabyan

1 Meqabyan 31

Lees 1 Meqabyan 31 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1Ook koningen worden niet aangesteld zonder Mijn wil, en de armen worden niet arm dan door Mijn gebod, en de machtigen worden niet sterk dan door Mijn wil.

2En Ik gaf David gunst, en wijsheid aan Salomo, en Ik voegde jaren toe aan Hizkía.

3En Ik verkortte de dagen van Goliath, en Ik gaf kracht aan Simson, en opnieuw verzwakte Ik zijn kracht.

4En Ik, Ik verloste David, Mijn knecht, uit de hand van Goliath, de vermetele.[^1]

5En verder uit de hand van Saul, de koning, en verder uit de hand van een andere vermetele die zich tegen hem stelde, en uit de hand van allen die zich tegen hem stelden en met hem twistten, omdat hij Mijn gebod bewaarde.

6En Ik, Ik heb hem liefgehad, en allen die Mijn geboden bewaren, koningen en vorsten, ook hen heb Ik lief, en Ik geef hun kracht en overwinning over hun vijanden; want ook zij hebben Mij verblijd.

7En opnieuw geef Ik hun een erfland, dat Ik hun vaderen gezworen heb, een rein en licht land, opdat zij het land hunner vaderen zouden beërven.