1 Meqabyan 35
Lees 1 Meqabyan 35 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1Wee u, u machtigen van Israël, want tegen u zal God vertoornd worden, omdat u het recht van de wees niet naar behoren gedaan hebt.
2Wee u, die naar het huis van de drankschenker gaat 's morgens en 's avonds, en u wordt dronken en u zwelgt,[^1] en u let niet op het recht van de wees en van de weduwen, en u zit neer in genot en brasserij.[^2]
3Zo zei God tot de machtigen van Israël: Wee u, als u niet wandelt in Mijn gebod, en Mijn woord niet bewaart, en niet liefhebt wat Ik begeer.
4En Ik, Ik zal over u de gesel brengen, en kastijding, en ziekte, en u zult vernietigd worden als de vraat van de worm en de made, en uw tiende zal niet gevonden worden in uw landstreken.
5En uw stad zal een woestenij worden, en al wie haar tevoren gezien heeft, zal in zijn handen klappen en over haar fluiten, zeggende: Is dit niet de stad die vol was van zegen en van alle goede dingen? Zo dan heeft God haar gemaakt om de boosheid van hen die in haar wonen.
6Wee haar! Want zij verhief haar hart, en verhoogde haar hoofd, en strekte haar hals uit, totdat God haar vernederde in het stof van de aarde; en om de hoogmoed van hen die in haar wonen, is zij een woestenij geworden, en doorn en distel zijn op haar opgeschoten.
7En zij werd een wildernis en een puinhoop,[^3] en zij werd een dorre en verlaten plaats, en ook de wilde dieren wonen in haar.
8En zij werd een verschrikking voor hen die door haar heentrekken, want de toorn van God is op haar gevallen, en zij heeft gedronken uit de beker van Zijn toorn, om de hoogmoed van haar hart, om de boosheid van hen die in haar wonen.