Bijbel

2 Johannes

Nieuwe Testament · 1 hoofdstuk · vrij van rechten (CC0)

Inleiding

Deze zendbrief, en ook de volgende, zijn niet algemeen (hoewel ze onder de algemene gerekend worden), maar geschreven aan particuliere personen, zoals uit de opschriften blijkt. Vroeger is door sommigen aan deze brieven getwijfeld, of ze ook door de apostel Johannes geschreven zijn. Zie Eusebius, Hist. Eccl. boek 3, hoofdstuk 22. Maar dat is ten onrechte, omdat de stijl en de inhoud volkomen overeenkomen met de eerste zendbrief van Johannes. 1 Na het opschrift en de groet vermaant hij een eerbare gelovige vrouw en haar kinderen, 5 tot standvastigheid in de liefde en tot het onderhouden van Gods geboden. 7 en waarschuwt hen voor de verleiders. 8 hen vermanend dat zij zich voor hen in acht nemen, om niet verleid te worden. 10 en daarom dat zij met hen geen gemeenschap houden, om niet schuldig te worden aan hun zonden. 12 Hij besluit ten slotte met een verklaring waarom hij niet uitvoeriger aan hen schrijft, namelijk omdat hij hoopte zelf bij hen te komen. 13 en groet deze vrouw namens de kinderen van haar zuster.