Bijbel2 Kronieken

2 Kronieken 3

Lees 2 Kronieken 3 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

De plaats waar en de tijd wanneer de tempel gebouwd is, vers 1 enz. De maat en het sieraad ervan, 3. De cherubs, 11. De voorhang en de pilaren, 14.

1En Salomo begon het huis van JAHWEH te bouwen te Jeruzalem, op de berg Moria, die zijn vader David gewezen was, in de plaats, die David toebereid had, op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet.

2Hij begon nu te bouwen in de tweede maand, op de tweede dag, in het vierde jaar van zijn koninkrijk.

3En deze zijn de grondleggingen van Salomo, om het huis van God te bouwen: de lengte in ellen, naar de eerste mate, was zestig ellen, en de breedte twintig ellen.

4En het voorhuis, dat vooraan was, was in de lengte, naar de breedte van het huis, twintig ellen, en de hoogte honderd en twintig; dat hij van binnen overtrok met louter goud.

5Het grote huis nu overdekte hij met dennenhout; daarna overtrok hij dat met goed goud; en hij maakte daarop palmen en ketenwerk.

6Hij overtrok ook het huis met kostelijke stenen tot versiering; het goud nu was goud van Parvaim.

7Daartoe overdekte hij aan het huis de balken, de posten en de wanden daarvan, en de deuren daarvan met goud; en hij graveerde cherubs aan de wanden.

8Verder maakte hij het huis van het heilige van de heiligen, waarvan de lengte, naar de breedte van het huis, twintig ellen was, en de breedte daarvan twintig ellen; en hij overtrok dat met goed goud, tot zeshonderd talenten.

9En het gewicht van de nagelen was tot vijftig sikkels goud; en hij overtrok de opperzalen met goud.

10Ook maakte hij, in het huis van het heilige van de heiligen, twee cherubim van uittrekkend werk, en hij overtrok die met goud.

11Voor wat betreft de vleugels van de cherubim, hun lengte was twintig ellen; de vleugel van de ene was van vijf ellen, rakende aan de wand van het huis, en de andere vleugel van vijf ellen, rakende aan de vleugel van de andere cherub.

12Ook was de vleugel van de andere cherub van vijf ellen, rakende aan de wand van het huis; en de andere vleugel was van vijf ellen, klevende aan de vleugel van de andere cherub.

13De vleugels van deze cherubim spreidden zich uit twintig ellen; en zij stonden op hun voeten, en hun aangezichten waren huiswaarts.

14Hij maakte ook het voorhangsel van hemelsblauw, en purper, en karmozijn, en fijn linnen; en hij maakte cherubs daarop.

15Nog maakte hij voor het huis twee pilaren, van vijf en dertig ellen in lengte; en het kapiteel, dat op hun hoofd was, was van vijf ellen.

16Ook maakte hij ketenen, als in de aanspraakplaats, en hij zette ze op de hoofden van de pilaren; daartoe maakte hij honderd granaatappels, en zette ze tussen de ketenen.

17En hij richtte de pilaren op voor aan de tempel, één ter rechterhand, en één ter linkerhand; en hij noemde de naam van de rechter Jachin, en de naam van de linker Boaz.