Bijbel2 Makkabeeën

2 Makkabeeën 2

Lees 2 Makkabeeën 2 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 Jeremia vermaant de Joden die weggevoerd waren naar Babylon, de wet van de Heere te onderhouden, 4 en verbergt de tabernakel, ark en altaar. 13 Nehemia verzamelt de heilige geschriften, zoals ook Judas de geschriften over de oorlog. 16 De Joden worden uitgenodigd om het feest van de reiniging te vieren. 20 Dat Jason van Cyrene de oorlogen van Judas Makkabeüs en zijn broers beschreven heeft, 25 en dat de schrijver van dit boek dat in een korte samenvatting heeft samengevat.

1Daar wordt in de schriften gevonden, dat de profeet Jeremia degenen, die weggevoerd werden, geboden heeft van het vuur te nemen, zoals verklaard is, en zoals de profeet degenen, die weggevoerd zouden worden, bevolen had;

2Hun gevende de wet, dat zij niet zouden vergeten de geboden van de Heere, en dat zij niet zouden dwalen in hun verstand, ziende de gouden en zilveren beelden, en hun versiering.

3En andere dergelijke dingen hun aanzeggende, vermaande hij hen, dat zij met hun harten niet zouden afwijken van de wet,

4En in hetzelfde schrift was ook, dat de profeet geboden heeft, dat de tabernakel en de ark, zoals hij door Goddelijke aanspraak was onderricht, hem zou volgen; en hoe hij uitging naar de berg, op welke Mozes geklommen was, en het erfdeel van God zag.

5En dat Jeremia daar komende, een woning in de grot gevonden heeft, en dat hij de tabernakel, en de ark, en het reukaltaar daar ingebracht en de deur toegesloten heeft.

6En dat enige, die hem gevolgd en heengegaan waren, om de weg te tekenen, deze niet hebben kunnen vinden.

7En hoe Jeremia, dit verstaande, hen bestraffende gezegd heeft, dat die plaats onbekend zou zijn, en dat hij zou verzoend wezen.

8En dat de Heere dan deze dingen zou tonen, en de heerlijkheid van de Heere, en de wolk gezien zou worden, zoals die ook aan Mozes is geopenbaard, en zoals Salomo gebeden heeft dat deze plaats enorm zou worden geheiligd.

9Want het is openbaar, hoe dat hij, met wijsheid begaafd zijnde, een offergave geofferd heeft tot inwijding en heiliging van de tempel.

10Hoe ook Mozes tot de Heere een gebed heeft gedaan, en dat het vuur van de hemel viel, en de offergave verslond; en dat zo ook Salomo gebeden heeft, en dat het vuur neerkomende de brandoffers heeft verteerd.

11En hoe Mozes zei: Opdat de offergave voor de zonde niet zou gegeten worden, daarom is zij verteerd.

12Evenzo heeft ook Salomo die acht dagen gevierd.

13En deze zelfde dingen worden verhaald in die schriften en in de aantekeningen van Nehemia; en hoe hij een bibliotheek aanleggende, bijeen heeft verzameld de schriften van de koningen en profeten, en de schriften van David, en de brieven van de koningen aangaande de heilige geschenken.

14Evenzo heeft ook Judas al de dingen, die door de oorlog, die ons aangedaan was, vervallen waren, bijeenvergaderd; en die zijn bij ons.

15Als u ze nodig hebt, zendt mensen aan ons, die ze u mogen brengen.

16Omdat wij dan zullen houden het feest van de reiniging, zo hebben wij u dat geschreven, en u zult dan wel doen, dat u deze dagen viert.

17En God, die al zijn volk heeft behouden, en allen heeft gegeven het erfdeel, en het koninkrijk, en het priesterschap en de heiliging;

18Zoals hij beloofd heeft door de wet, zo hopen wij op hem, dat hij zich over ons zal ontfermen, en dat hij ons van alle landen, die onder de hemel zijn, weer zal bijeenbrengen in deze heilige plaats.

19Want hij heeft ons uit grote ellenden verlost en heeft deze plaats gereinigd.

20Verder, wat betreft de zaken van Judas Makkabeüs, en zijn broers, en de reiniging van de grote tempel, en de inwijding van het altaar;

21En voor wat betreft de oorlogen, die wij gehad hebben tegen Antiochus Epifanes, en zijn zoon Eupator,

22En de verschijningen, die van de hemel gebeurd zijn aan degenen, die voor het Jodendom met eergierigheid zich mannelijk gekweten hebben, zodat zij weinigen zijnde het hele land afgelopen hebben, en menigte van de barbaren hebben vervolgd;

23En dat de tempel, die door de hele bewoonde wereld beroemd is, weer door hen gebouwd is, en de stad in vrijheid gesteld; en dat de wetten, die haast zouden zijn teniet gegaan, weer opgericht zijn; omdat de Heere met alle goedertierenheid hun genadig was geworden;

24Deze dingen, zijnde door Jason van Cyrene verklaard in vijf boeken, zullen wij ondernemen in een boek kort te vervatten.

25Want wij, ziende de verwarring in de getallen, en de zwarigheid, die er is voor degenen, die de historische verhalen te enen keer willen doorlezen, om de menigte van het stof,

26Hebben getracht om degenen, die lezen willen, enig vermaak te geven, en degenen die begerig zijn om wel te onthouden, enige hulp, en allen, wie dit boek zal voorkomen, enig nut toe te brengen.

27Het is voor ons, die de moeite hebben genomen om dit kort begrip te maken, niet licht geweest, maar een zaak vol zweten en waken.

28Zoals het iemand, die een grote maaltijd toebereidt, en die een ieder wel zoekt te dienen, niet licht is, om van velen goede dank te behalen, zo zullen wij toch graag deze moeite nemen.

29Latende dan de schrijver de bredere verhandeling van iedere zaak, zullen wij slechts voortgaan met dit kort begrip in het kort af te malen.

30Zoals een, die een nieuw huis wil bouwen, zich moet bezighouden met het hele gebouw, en een, die met inbranden voorneemt iets te schilderen, ijverig moet onderzoeken wat tot sieraad nodig is, zo acht ik dat wij ook moeten doen.

31Maar wijdlopig alles te verhandelen, vele redenen te gebruiken, en bezig te zijn in het verhaal van alle bijzondere stukken, dit behoort tot het werk van de schrijver van de geschiedenis.

32Maar een kort begrip van wat te zeggen is te vervolgen, en een bredere verklaring van de zaken te vermijden, dat behoort men toe te laten degene, die een kort begrip van enig schrift maakt.

33Laat ons dan van hier ons verhaal beginnen, zo veel tot onze voorrede nog bijvoegende. Want het zou een dwaze zaak zijn, dat iemand, die een kort begrip van een geschiedenis schrijft, meer overvloedig in woorden zou zijn dan de geschiedenis zelf.