2 Samuël
Oude Testament · 24 hoofdstukken · vrij van rechten (CC0)
Inleiding
In dit boek zijn de geschiedenissen beschreven van na de dood van Saul, onder de koninklijke regering van David. Daarin wordt aan de ene kant zeer levendig voor ogen gesteld de onbegrijpelijke genade en goedheid die God aan David bewezen heeft, niet alleen in het tijdelijke en lichamelijke, doordat hij hem, tot troost van zijn volk, na veel lijden door zijn goddelijke besturing tot het koninklijke ambt heeft verheven, eerst over Juda en daarna over heel Israël, en hem verder begiftigd heeft met vele zonen, en hem gesteund heeft met flinke bevelhebbers en vele dappere oorlogshelden, hem met heldhaftige moed versierd heeft, zijn koninkrijk bevestigd, vermeerderd en uitgebreid heeft, en hem zeer vele en wonderlijke overwinningen tegen al zijn buitenlandse en binnenlandse vijanden verleend heeft; maar in het bijzonder ook in het geestelijke en eeuwige, door hem te regeren door de Geest van het geloof en van de aanneming tot kind, van de profetie, en met uitnemende vroomheid en godsvrucht, wijsheid, rechtvaardigheid, goedertierenheid, nederigheid, geduld en andere zeer lofwaardige deugden, die doorgaans in zijn daden en regering gebleken zijn. Daarboven deed God hem (bij de gelegenheid dat hij God een huis wilde bouwen) die uitermate heerlijke beloften over het geestelijke, hemelse en eeuwige koninkrijk van de Messias, onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus, die uit zijn nageslacht (naar het vlees) zou voortkomen, en tot wiens voorbeeld God hem, en ook zijn zoon en opvolger Salomo, gesteld heeft.