Bijbel

2 Tessalonicensen

Nieuwe Testament · 3 hoofdstukken · vrij van rechten (CC0)

Inleiding

Na het apostolisch opschrift in de eerste twee verzen prijst Paulus de standvastigheid van de Thessalonicenzen, en troost hen tegen de verdrukkingen met de komst van Jezus Christus ten oordeel, tot straf van de vervolgers en tot hun verlossing, wat hij doet in het eerste hoofdstuk. Daarna waarschuwt hij hen dat de dag van het oordeel zo gauw nog niet zal komen, maar dat eerst de afval moet komen en de antichrist geopenbaard moet worden, van wie hij de opkomst, krachtige verleiding en ondergang beschrijft, met een nieuwe vermaning tot standvastigheid in het aangenomen geloof, tot het einde van hoofdstuk 2. Ten slotte vermaant hij hen tot een christelijke levenswandel, en vooral tot bidden voor hem, tot onderlinge liefde, en tot het vermijden en waarschuwen van de ongeregelde nietsdoeners, die hij met zijn eigen voorbeeld bestraft en ernstig waarschuwt, tot vers 16 van hoofdstuk 3. Hij besluit de brief in de drie laatste verzen met een gebed tot God voor hen, en met de gebruikelijke apostolische groet.