Bijbel3 Ezra

3 Ezra 3

Lees 3 Ezra 3 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 Drie jonge mannen wedijveren wie van hen de wijste spreuk zal voortbrengen, 9 en beroepen zich op het oordeel van de koning. 18 De eerste houdt dat de wijn het sterkste is.

1EN Darius, koning zijnde, maakte een grote maaltijd voor al degenen die onder hem stonden, en voor al zijn huisgenoten, en voor al de grote van Medië en Perzië;

2En voor al zijn vorsten, en krijgsoversten, en oversten van de landen, die onder hem waren van Indië aan tot Ethiopië toe, in de honderdenzeventien provinciën.

3En als zij gegeten en gedronken hadden, en wel verzadigd waren, keerden zij weer naar huis. Maar Darius, de koning, keerde weer in zijn slaapkamer, en viel in slaap, en ontwaakte weer.

4Toen zeiden de drie jongemannen, die de lijfwacht van de koning waren, en hem bewaarden, de één tot de ander:

5Laat ons ieder een spreuk zeggen, WIE DE STERKSTE IS; en van wie het woord wijzer zal schijnen dan dat van de anderen, hem zal de koning Darius grote giften en grote overwinningstekenen geven.

6Hij zal hem met purper doen kleden, en uit gouden bekers doen drinken, en op gouden koetsen doen slapen, en zal hem een wagen geven, die door paarden met gouden tomen wordt getrokken, en een hoed van fijne zijde, en een keten om zijn hals;

7En hij zal de tweede naast Darius zitten vanwege zijn wijsheid, en zal een bloedvriend van Darius genoemd worden.

8Toen schreef een ieder zijn eigen spreuk, en verzegelde die, en legde ze onder het oorkussen van de koning Darius,

9En zei, wanneer de koning zal opgestaan zijn, zo zullen zij hem het geschrift geven; en van wie de koning en de drie oversten van Perzië zullen oordelen, dat zijn rede de wijste is, die zal de overwinning gegeven worden, zoals geschreven is.

10De eerste schreef: De wijn is de sterkste.

11De andere: De koning is de sterkste.

12De derde schreef: De vrouwen zijn de sterkste, maar boven alle overwint de waarheid.

13En als de koning opgestaan was, namen zij het geschrift, en gaven het hem, en hij las het.

14En uitgezonden hebbende liet hij roepen al de grote van Perzië en Medië, en de vorsten, en de oorlogsoversten, en oversten van de landen, en de burgemeesters.

15En hij zette zich neer in zijn Raad, en het geschrift werd voor hen gelezen en hij zei:

16Roep de jongemannen, en laat henzelf hun redenen verklaren; en zij werden geroepen, en kwamen binnen, en zij zeiden tot hen:

17Doe ons verklaring van wat bij u is geschreven.

18En de eerste begon, die van de sterkte van de wijn gesproken had, en zei zo:

19O mannen, hoe buitengewoon sterk is de wijn; hij verleidt al de mensen die hem drinken;

20Hij maakt het verstand van de koning en van de wees dezelfde verstand, zoals ook het verstand van de dienaars en van de vrijen, het verstand van de armen en van de rijken;

21En hij verandert alle verstand in vreugde en vrolijkheid, en hij gedenkt aan geen verdriet, en aan geen schuld;

22Hij maakt alle harten rijk, en gedenkt niet aan de koning of vorst, en hij maakt dat een ieder van talenten spreekt.

23Als zij wijn gedronken hebben, gedenken zij niet om vriendelijk te zijn de vrienden en broers, en trekken kort daarna de zwaarden uit.

24En als zij van de wijn opgestaan zijn, zo gedenken zij niet wat zij gedaan hebben.

25O mannen, is de wijn niet de sterkste, omdat hij dit dwingt te doen? En hij zweeg stil, als hij zo gesproken had.