Bijbel3 Ezra

3 Ezra 7

Lees 3 Ezra 7 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 Sisinnes en anderen helpen de bouw van de tempel bevorderen. 5 De tempel wordt voltooid, 7 en ingewijd. 10 De Joden houden het pascha, 14 en verblijden zich in de Heere.

1TOEN zijn Sisinnes de ondervoogd in Celo-Syrië en Fenicië, en Sathrabusan en hun metgezellen gehoorzaam geweest aan wat door de koning Darius was bestemd;

2En hielden vlijtig de hand aan de heilige werken: en waren de oudsten van de Joden en de opzichters van de tempel behulpzaam.

3En de heilige werken gingen gelukkig voort, als de profeten Haggai en Zacharia profeteerden.

4En zij volbrachten die, door het bevel van de Heere de God van Israël, en met goedvinden van Cyrus, en Darius, en Artaxerxes, de koningen van Perzië.

5Zo werd het heilige huis voltooid tot op de drieëntwintigste dag van de maand Adar, in het zesde jaar van de koning Darius.

6En de Israëlieten, en de priesters en de Levieten, en de anderen die uit de gevangenis daarbij gevoegd waren, deden volgens wat in het Boek van Mozes geschreven staat;

7En offerden tot de inwijding van de tempel van de Heere honderd stieren, tweehonderd rammen, vierhonderd lammeren;

8En voor de zonden van het hele volk van Israël twaalf bokken, naar het getal van de oversten van de twaalf geslachten van Israël,

9En de priesters en de Levieten stonden naar de geslachten, bekleed met lange kleren, over de werken van de Heere, de God van Israël, volgens het boek van Mozes: en de deurwachters stonden aan elke poort.

10En de Israëlieten, die uit de gevangenis waren, hielden het Pascha, op de veertiende dag van de eerste maand, als de priesters en Levieten geheiligd waren.

11Maar al de Israëlieten, die uit de gevangenis waren gekomen, waren niet samen geheiligd, maar de Levieten waren samen geheiligd.

12En zij slachtten het Pascha voor al de kinderen van de gevangenis, en voor hun broers de priesters, en voor zichzelf.

13En de Israëlieten, die uit de gevangenis waren, aten het Pascha, namelijk al die afgescheiden waren van de gruwelijke dingen van de volken van het land, en die de Heere zochten.

14En zij hielden het feest van de ongezuurde broden zeven dagen lang, zich verheugende voor de Heere;

15Omdat hij de raad van de koning van de Assyriërs tot hen had gewend, om hun handen te sterken in de werken van de Heere, de God van Israël.