Bijbel

3 Johannes

Nieuwe Testament · 1 hoofdstuk · vrij van rechten (CC0)

Inleiding

1 De apostel prijst, na het opschrift en de groet, zeer de godsvrucht van Gajus, aan wie hij deze brief schrijft, 3, 4 waarover hij zich ook verblijdt. 5 Vooral prijst hij zijn gastvrijheid voor de broeders die ter wille van het Evangelie naar vreemde landen moeten reizen, 6 en vermaant hem daarin te volharden. 9 Hij klaagt over een zekere Diotrefes, die de baas wilde spelen in de gemeente, de apostel belasterde en verhinderde dat zulke broeders ontvangen werden. 11 Hij vermaant Gajus dat slechte voorbeeld niet te volgen. 12 Hij beveelt hem een zekere Demetrius aan, van wie hij een goed getuigenis geeft. 13 Hij besluit met de verklaring waarom hij geen langere brief aan hem schreef, 15 en met onderlinge groeten.