Bijbel4 Baruch

4 Baruch 6

Lees 4 Baruch 6 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1En Abimelech stond op en ging naar buiten, buiten de stad, en bad tot den Heere.

2En zie, er kwam een engel en leidde hem naar Baruch, en hij vond hem in een graf, terwijl hij daar zat.

3En toen zij elkander begroetten, huilden zij onder elkander en kusten elkander.

4En hij zag de vijgen in zijn mand.

5En hij hief zijn ogen op naar de hemel en bad, zeggende:

6Groot is de God, die aan Zijn rechtvaardigen hun loon geeft. Verheug u, mijn ziel, en wees blijde, en zeg tot het huis des vleses van de heilige tempel: uw verdriet zal zich wenden tot het licht. En hierna komt de Getrouwe en zal u teruggeven in uw tabernakel.

7Bezoek uw maagdelijke geloof, en zo u herleeft, geloof dat u leven zult.

8Zie de vijgen: ziet, zes en zestig jaar zijn zij sinds zij geplukt werden, en zij zijn niet bedorven noch verrot, maar zij druppen melk.

9Zo zal het met u gebeuren, mijn vlees, omdat u de geboden bewaard hebt, uw geboden, van den engel van de gerechtigheid.

10Die de mand met vijgen bewaard heeft, Hij zal u opnieuw bewaren door Zijn kracht.

11En toen Baruch dit gezegd had, antwoordde Abimelech en zei tot hem: Sta op, laat ons opnieuw bidden, opdat de Heere ons de woorden tone, die wij aan Jeremia in Babylon zullen schrijven aangaande de bedekking waarmee Hij mij bedekt heeft.

12En Baruch bad en zei: Mijn kracht is God, de Heere is Hij, en het licht dat uit Zijn mond voortkomt.

13Ik verkies en ik smeek U in Uw grote goedheid: Uw naam, en niemand is er die hem kan kennen; hoor het gebed van Uw dienaar, opdat het bekend zij in mijn hart, Uw wil om te doen.

14Hoe zal ik dan zenden aan Uw priester Jeremia in Babylon?

15En terwijl hij dit bad, kwam een engel en zei tot hem: Baruch, agent van het licht, wees niet bezorgd hoe u zenden zult; want u zult naar Jeremia zenden. Morgen, ter ure van het licht, komt tot u een arend, en u zult zelf bezoek doen aangaande Jeremia, en schrijf in een brief.

16En zeg hun zo: Tot de kinderen van Israël: Wie een vreemdeling wordt onder u, die worde afgezonderd, tot vijftien dagen; en hierna zal Ik u binnenbrengen in de stad, zegt de Heere, die niet gescheiden is.

17Op de vijftiende dag zal Jeremia uit Babylon in de stad ingaan, en hij zal de mannen van Babylon berispen, zegt de Heere.

18En toen de engel dit gezegd had, ging hij weg van Baruch.

19En Baruch zond naar de markt en bracht papier en zwarte inkt, en hij schreef, zeggende: Van Baruch. De God heeft gemaakt dat hij een brief aan Jeremia schreef, in de gevangenschap van Babylon.

20Vreugde en blijdschap! Want God heeft ons niet verlaten om treurende uit te gaan wegens de smaad en de verwoesting.

21Daarom heeft de Heere Zich ontfermd over onze tranen, en Hij heeft gedacht aan het verbond dat Hij tevoren gemaakt heeft met onze vaderen Abraham, Izak en Jakob.

22En Hij zond Zijn engel tot mij, en hij sprak tot mij deze woorden, die ik tot u zend.

23Dit zijn de woorden die de Heere, de God van Israël, gesproken heeft, die ons uitleidde uit het land Egypte, uit het vuur: Omdat u niet al Zijn gerechtigheden bewaard hebt, maar uw trotsheid verheven hebt, en uw nek voor Hem verstijfd hebt, heeft Hij u overgeleverd in den oven van Babylon.

24Want u hebt Mijn stem niet gehoord, zegt de Heere. Uit den mond van Jeremia, Mijn dienaar, zal Ik hen die geluisterd hebben uit Babylon uitleiden, en zij zullen geen vreemdeling zijn van Jeruzalem in Babylon. En als u wilt, opdat u hen kent en beproeft, beproef hen door het water van de Jordaan.

25En wie niet luistert, die zal openbaar worden. Door dit teken zal het groter teken bekend worden, en de zegel die groot is.