Amos 2
Lees Amos 2 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Gods oordeel over Moab, vers 1, enz. over Juda, 4. en over Israël, wiens gruwelijke zonden in het bijzonder vermeld worden, zoals onderdrukking van de vromen en armen in het gericht, 6, 7. verfoeilijke onkuisheid, 7. onbeschaamdheid in hun schending en afgoderij, 8. ondankbaarheid tegen Gods weldadigheid van oudsher, 9. onheiligheid en trots tegen nazireeërs en profeten, 12. daarom dreigt God hen met een hard en onvermijdelijk verderf, 13.
1Zo zegt JAHWEH: Om drie overtredingen van Moab, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat hij de beenderen van de koning van Edom tot kalk verbrand heeft.
2Daarom zal Ik een vuur in Moab zenden, dat zal de paleizen van Kerioth verteren; en Moab zal sterven met groot geluid, met gejuich, met geluid van de bazuin.
3En Ik zal de rechter uit het midden van haar uitroeien; en al haar vorsten zal Ik met hem doden, zegt JAHWEH.
4Zo zegt JAHWEH: Om drie overtredingen van Juda, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij de wet van JAHWEH verworpen, en Zijn voorschriften niet bewaard hebben; en hun leugens hen verleid hebben, die hun vaders hebben nagewandeld.
5Daarom zal Ik een vuur in Juda zenden, dat zal Jeruzalems paleizen verteren.
6Zo zegt JAHWEH: Om drie overtredingen van Israël, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij de rechtvaardige voor geld verkopen, en de arme om een paar schoenen.
7Die er naar hijgen, dat het stof van de aarde op het hoofd van de armen zij, en de weg van de zachtmoedigen verdraaien; en de man en zijn vader gaan tot een meisje om Mijn heilige Naam te ontheiligen.
8En zij leggen zich neer bij elk altaar op de verpande kleren, en drinken de wijn van de geboeten in het huis van hun goden.
9Ik daarentegen heb de Amoriet voor hun aangezicht vernietigd, wiens hoogte was als de hoogte van de cederen, en hij was sterk als de eiken; maar Ik heb zijn vrucht van boven, en zijn wortels van onderen vernietigd.
10Ook heb Ik u uit Egypteland opgevoerd; en Ik heb u veertig jaren in de woestijn geleid, opdat u het land van de Amoriet erfelijk bezat.
11En Ik heb sommigen uit uw zonen tot profeten verwekt, en uit uw jongemannen tot Nazireen; is dit niet zo, u Israëlieten? spreekt JAHWEH.
12Maar u hebt aan de Nazireen wijn te drinken gegeven, en u hebt de profeten geboden, zeggende: U zult niet profeteren.
13Zie, Ik zal uw plaatsen drukken, zoals een wagen drukt, die vol graanschoven is.
14Zodat de snelle niet zal ontvluchten, en de sterke zijn kracht niet verkloeken, en een held zal zijn ziel niet bevrijden.
15En die de boog handelt, zal niet bestaan, en die licht is op zijn voeten, zal zich niet bevrijden; ook zal, die te paard rijdt, zijn ziel niet bevrijden.
16En de moedigste onder de helden zal op die dag naakt heenvluchten, spreekt JAHWEH.