BijbelBoek der Wijsheid

Boek der Wijsheid 4

Lees Boek der Wijsheid 4 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 Deugd is beter dan vele nakomelingen, en zij wordt gekroond. 3 De onechte kinderen zullen niet gedijen, 6 maar hun ouders beschamen. 8 Wat de rechte ouderdom is, die men moet eren. 16 De vromen, stervend, veroordelen de levende goddelozen. 19 Wier einde ellendig is.

1BETER is het zonder kinderen te zijn, en deugd te hebben, want onsterfelijkheid is in de herinnering daarvan, omdat zij zowel bij God als bij de mensen gekend wordt.

2Als zij tegenwoordig is, zo volgt men haar na, en gaat zij weg, zo verlangt men naar haar, en in de toekomende eeuw draagt zij een kroon, en triomfeert, nadat zij de strijd van de prijzen, die onbevlekt zijn, gewonnen heeft.

3Maar de vruchtbare menigte van de goddelozen zal geen voordeel doen, en wat uit onechte scheuten voortkomt, zal niet diep inwortelen, noch vaste grond zetten.

4Want hoewel zij in de takken voor een tijd weer uitspruiten, toch omdat zij zeer prijzenswaardig voortkomen, zullen zij van de wind bewogen, en van de kracht van de winden uitgeworteld worden.

5De ontijdige takjes zullen rondom gebroken worden, en hun vrucht is onnut, onrijp tot voedsel, en tot niets geschikt.

6Want kinderen uit onwettige bijslaap geboren, zijn getuigen van de boosheid tegen hun ouders, wanneer men hen ondervraagt.

7Maar de rechtvaardige, als hij vroeg komt te sterven, zal in de rust zijn.

8Want ouderdom is eerbaar, niet die van veel tijds is, noch die met een getal van jaren gemeten wordt.

9Maar wijsheid is de mensen dat rechte grijze haar; en een onbevlekt leven is de rechte ouderdom.

10Die God behaagd heeft, is door Hem geliefd; en levende onder de zondaren werd hij weggenomen.

11Hij werd weggerukt, opdat de boosheid zijn verstand niet zou veranderen, of list zijn ziel bedriegen.

12Want de betovering van de boosheid verdonkert het goede; en omdrijving van de lust keert een gemoed om, dat zonder kwaad is.

13In korte tijd volmaakt geworden zijnde, heeft hij lange tijden vervuld.

14Want zijn ziel was de Heere aangenaam, daarom heeft Hij gehaast hem uit het midden van de boosheid weg te nemen.

15Maar de volken zien het, en bedenken het niet, en nemen niet in overlegging, dat genade en barmhartigheid is in zijn heiligen, en opzicht over zijn uitverkorenen.

16De rechtvaardige die gestorven is, veroordeelt de goddelozen die leven; en de jeugd die plotseling voltooid is, de veeljarige ouderdom van de onrechtvaardigen.

17Want wij zullen zien het einde van de wijze, en niet bedenken wat zij over hem beraadslaagd hebben, en waartoe hem de Heere verzekerd heeft.

18Zij zullen het zien en niets achten, maar de Heere zal hen uitlachen.

19En zullen hierna tot een schandelijke val zijn, en tot versmaadheid onder de doden in eeuwigheid, want hij zal hen stemmeloos en vooruit overhangende scheuren; en hen uit de grond bewegen, en zij zullen tot het uiterste toe verwoest worden; en zullen in angst zijn en hun herinnering zal vergaan.

20Zij zullen in overlegging van hun zonden komen, bevreesd zijnde; en hun onrechtvaardige daden zullen tegen hen staan, en hen overtuigen.