BijbelBoek der Wijsheid

Boek der Wijsheid 5

Lees Boek der Wijsheid 5 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 De vromen zullen voor God staan met vrijmoedigheid, 2 en de goddelozen met schrik en vrees, 3 en zullen hun dwaasheid beklagen, 8 en bekennen dat al hun pracht en goed hun niet geholpen heeft. 15 De hoop van de goddelozen is ijdel. 16 God wil de godzaligen belonen, 18 en tegen de goddelozen al Zijn schepselen wapenen, om hen te verderven.

1DAN zal de rechtvaardige met grote vrijmoedigheid staan voor het aangezicht van degenen, die hem verdrukt en zijn moeiten verworpen hebben.

2En zij dat ziende, zullen met zware vrees beroerd worden, en zullen zich ontzetten over deze onvermeende zaligheid.

3En berouw hebbende, zullen zij onder elkaar zeggen, en door angst van de geest zuchten, en zeggen: Deze was het over wie wij vroeger lachten, en die wij voor een smadelijke beschimping hadden.

4Wij zotten, hielden zijn leven voor razernij, en zijn einde voor oneerlijk.

5Hoe is hij nu gerekend onder de kinderen van God, en hoe is zijn lot onder de heiligen!

6Werkelijk wij zijn van de weg van de waarheid afgedwaald, en het licht van de gerechtigheid heeft ons niet beschenen, en de zon van de gerechtigheid is ons niet opgegaan.

7Wij zijn vervuld geworden in de paden van de ongerechtigheid en van het verderf, en hebben woeste omwegen doorreisd, maar de weg van de Heere hebben wij niet gekend.

8Wat heeft ons de hoogmoed gebaat? en wat heeft ons de rijkdom met pochen gebracht?

9Al die dingen zijn voorbijgegaan zoals een schaduw, en zoals een voorbijlopende tijding.

10Zoals een schip varende door de golven van het water, waarvan, als het voorbij gevaren is geen spoor gevonden wordt, noch de rechte weg van zijn reis door de golven.

11Of zoals geen kenteken wordt gevonden van de reis van de vogel, die door de lucht vliegt, maar als de vleugels bewogen worden, gaat de slag van de wieken door de lichte geslagen wind, die door de kracht van het suizen gespleten wordt, en daarna vindt men geen teken in hem van de doortocht.

12Of zoals wanneer een pijl, naar het doelwit geschoten zijnde, de lucht die daardoor verdeeld was, meteen weer samen loopt, zodat men zijn doorgang niet weet.

13Zo ook wij, als wij geboren zijn, meteen zijn wij bezweken.

14En kunnen geen teken van de deugd tonen, maar zijn in onze boosheid verteerd geworden.

15Want de hoop van de goddeloze is zoals een vezeltje, dat van de wind gedreven wordt, en zoals een dunne rijm, die door een wervelwind gejaagd wordt; en als een rook, die door de wind verwaaid wordt, of ook zoals de herinnering voorbijgaat van degene, die maar één dag gast geweest is.

16Maar de rechtvaardigen leven in de eeuwigheid, en hun loon is bij de Heere, en de Allerhoogste zorgt voor hen.

17Daarom zullen zij ontvangen een zeer heerlijk rijk, en een schone kroon uit de hand van de Heere, want met zijn rechterhand zal hij hen beschermen, en met zijn arm zal hij hen beschutten.

18Hij zal zijn ijver nemen tot een hele wapenrusting, en zijn schepselen wapenen tot wraak tegen de vijanden.

19Hij zal gerechtigheid aantrekken tot een borstharnas, en een ongeveinsd oordeel opzetten tot een helm.

20Hij zal heiligheid nemen tot een onoverwinnelijk schild,

21En zal de gestrenge toorn scherpen tot een zwaard, en de wereld zal met hem strijden tegen de onwijzen.

22De welmikkende pijlen van de bliksemen zullen heengaan, en zoals van een welgespannen boog uit de wolken op het doelwit treffen.

23Dikke hagelstenen zullen geworpen worden, als uit een slinger van de toorn; het water van de zee zal tegen hen zeer woeden, en de stromen zullen samen heftig overvloeien.

24De Geest van de kracht zal hen tegenstaan, en hen als een draaiwind uitwannen, en de ongerechtigheid zal de hele aarde verwoesten, en de boosaardigheid zal de stoelen van de machtigen omkeren.