Deuteronomium 30
Lees Deuteronomium 30 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Belofte van genadige verlossing en bekering van de Joden, met aanwijzing van de oorsprong van de heilzame bekering en de zegen die daarop volgt, vers 1, enz. Roem van de heerlijke openbaring van het goddelijke woord, 11. Voorstelling van leven en dood, met een krachtige betuiging en vermaning om het leven en de zegen te kiezen, 15.
1Verder zal het gebeuren, wanneer al deze dingen over u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u voorgesteld heb; zo zult u het weer ter harte nemen, onder alle volken, waarheen u JAHWEH, uw God, gedreven heeft;
2En u zult u bekeren tot JAHWEH, uw God, en Zijn stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u vandaag gebiede, u en uw kinderen, met uw hele hart en met uw hele ziel.
3En JAHWEH, uw God, zal uw gevangenis wenden, en Zich over u ontfermen; en Hij zal u weer verzamelen uit al de volken, waarheen u JAHWEH, uw God, verstrooid had.
4Al waren uw verdrevenen aan het einde van de hemel, van daar zal u JAHWEH, uw God, verzamelen, en van daar zal Hij u nemen.
5En JAHWEH, uw God, zal u brengen in het land, dat uw vaders erfelijk bezeten hebben, en u zult dat erfelijk bezitten; en Hij zal u weldoen, en zal u vermenigvuldigen boven uw vaders.
6En JAHWEH, uw God, zal uw hart besnijden, en het hart van uw zaad, om JAHWEH, uw God, lief te hebben met uw hele hart en met uw hele ziel, opdat u leeft.
7En JAHWEH, uw God, zal al die vloeken leggen op uw vijanden en op uw haters, die u vervolgd hebben.
8U dan zult u bekeren, en de stem van JAHWEH gehoorzaam zijn, en u zult doen al Zijn geboden, die ik u vandaag gebiede.
9En JAHWEH, uw God, zal u doen overvloeien in al het werk van uw hand, in de vrucht van uw buik, en in de vrucht van uw beesten, en in de vrucht van uw land, ten goede; want JAHWEH zal terugkeren, om Zich over u te verblijden ten goede, zoals Hij Zich over uw vaders verblijd heeft;
10Wanneer u de stem van JAHWEH, van uw God, zult gehoorzaam zijn, houdende Zijn geboden en Zijn voorschriften, die in dit wetboek geschreven zijn; wanneer u zich zult bekeren tot JAHWEH, uw God, met uw hele hart en met uw hele ziel.
11Want dit gebod, dat ik u vandaag gebiede, dat is van u niet verborgen, en dat is niet ver.
12Het is niet in de hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelfde horen late, dat wij het doen?
13Het is ook niet aan de overzijde van de zee, om te zeggen: Wie zal voor ons overvaren aan de overzijde van de zee, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelfde horen late, dat wij het doen?
14Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, en in uw hart, om dat te doen.
15Zie, ik heb u vandaag voorgesteld het leven, en het goede, en de dood, en het kwade.
16Want ik gebiede u vandaag, JAHWEH, uw God, lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn voorschriften, en Zijn rechten, opdat u leeft en vermenigvuldigt, en JAHWEH, uw God, u zegene in het land, waar u naar toe gaat, om dat te erven.
17Maar als uw hart zich zal afwenden, en u niet horen zult, en u gedreven zult worden, dat u zich voor andere goden buigt, en die dient;
18Zo verkondig ik u vandaag, dat u voorzeker zult omkomen; u zult de dagen niet verlengen op het land, naar dat u over de Jordaan bent heengaande, om daarin te komen, dat u het erfelijk bezit.
19Ik neem vandaag tegen u tot getuigen de hemel en de aarde; het leven en de dood heb ik u voorgesteld, de zegen en de vloek! Kies dan het leven, opdat u leeft, u en uw zaad;
20Liefhebbende JAHWEH, uw God, Zijn stem gehoorzaam zijnde, en Hem aanhangende; want Hij is uw leven en de lengte van uw dagen; opdat u blijft in het land, dat JAHWEH uw vaders, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven.