Deuteronomium 6
Lees Deuteronomium 6 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Bevel om de geboden van God te houden en hem als de enige ware God lief te hebben, met bijgevoegde belofte, vers 1, enz. Bevel om Gods geboden de kinderen in te prenten en ze ook anderszins altijd voor ogen te houden, 6. Eveneens om God en zijn weldaden niet te vergeten, 10. Over het vrezen van God en het vermijden van afgoderij, 13. Om God niet te verzoeken, maar hem onderdanig te zijn, 16. Om de verlossing uit Egypte de kinderen ijverig voor te houden, opdat zij God leren vrezen en gehoorzaam zijn, 20.
1Dit zijn dan de geboden, de voorschriften en de rechten, die JAHWEH, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat u ze doet in het land, naar dat u heentrekt, om dat erfelijk te bezitten;
2Opdat u JAHWEH, uw God, vreest, om te houden al Zijn voorschriften, en Zijn geboden, die ik u gebiede; u, en uw kind, en kindskind, al de dagen van uw leven; en opdat uw dagen verlengd worden.
3Hoor dan, Israël! en neem waar, dat u ze doet, opdat het u welga, en opdat u zeer vermenigvuldigt (zoals u JAHWEH, uw vaders God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honing is vloeiende.
4Hoor, Israël! JAHWEH, onze God, is één enig JAHWEH!
5Zo zult u JAHWEH, uw God, liefhebben, met uw hele hart, en met uw hele ziel, en met al uw vermogen.
6En deze woorden, die ik u vandaag gebiede, zullen in uw hart zijn.
7En u zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als u in uw huis zit, en als u op de weg gaat, en als u neerligt, en als u opstaat.
8Ook zult u ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdsbanden zijn tussen uw ogen.
9En u zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.
10Als het dan zal gebeurd zijn, dat JAHWEH, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaders, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die u niet gebouwd hebt,
11En huizen, vol van alle goeds, die u niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die u niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die u niet geplant hebt, en u gegeten hebt en verzadigd bent;
12Zo pas op dat u JAHWEH niet vergeet, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis heeft uitgevoerd.
13U zult JAHWEH, uw God, vrezen, en Hem dienen; en u zult bij Zijn Naam zweren.
14U zult andere goden niet navolgen, van de goden van de volken, die rondom u zijn.
15Want JAHWEH, uw God is een jaloers God in het midden van u; dat de toorn van JAHWEH, van uw God, tegen u niet ontsteke, en Hij u van de aardbodem vernietige.
16U zult JAHWEH, uw God, niet verzoeken, zoals u Hem verzocht hebt te Massa.
17U zult de geboden van JAHWEH, van uw God, vlijtig houden, en ook Zijn getuigenissen, en Zijn voorschriften, die Hij u geboden heeft.
18En u zult doen, wat recht en goed is in de ogen van JAHWEH; opdat het u welga, en dat u inkomt, en erft het goede land, dat JAHWEH uw vaders gezworen heeft;
19Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, zoals JAHWEH gesproken heeft.
20Wanneer uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat zijn dat voor getuigenissen, en voorschriften, en rechten, die JAHWEH, onze God, u geboden heeft?
21Zo zult u tot uw zoon zeggen: Wij waren dienaren van Farao in Egypte; maar JAHWEH heeft ons door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd.
22En JAHWEH gaf tekenen, en grote en kwade wonderen, in Egypte, aan Farao en aan zijn hele huis, voor onze ogen;
23En hij voerde ons van daar uit, opdat Hij ons inbracht, om ons het land te geven, dat Hij onze vaders gezworen had.
24En JAHWEH gebood ons te doen al deze voorschriften, om te vrezen JAHWEH, onze God, ons voor altijd ten goede, om ons in het leven te behouden, zoals het op deze dag is.
25En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht van JAHWEH, van onze God, zoals Hij ons geboden heeft.