Bijbel

Esther

Oude Testament · 10 hoofdstukken · vrij van rechten (CC0)

Inleiding

Dit boek wordt het boek Esther genoemd, omdat het vooral over haar gaat: namelijk hoe de machtige koning Ahasveros in hevige toorn zijn vrouw Vasthi verstootte (omdat zij op zijn bevel niet wilde verschijnen voor alle vorsten en machtige heren van de Perzen en de Meden), en in haar plaats Esther uitkoos tot zijn vrouw. Zij was uit een groot aantal mooie jonge vrouwen te Susan bijeengebracht. Hij verhief haar tot de koninklijke waardigheid en gaf haar ter ere een groot en voortreffelijk bruiloftsfeest. Tijdens dit huwelijk van Esther met Ahasveros nam de hooggeplaatste en hoogmoedige Haman zich voor (vooral uit haat tegen Mordechai, die hem niet wilde aanbidden zoals alle groten aan het hof van de koning deden) om niet alleen Mordechai, maar ook alle Joden die in de honderdzevenentwintig provincies van Ahasveros woonden, op één dag te doden. Daartoe had hij de toestemming van de koning al verkregen. Maar toen alle Joden, ja, koningin Esther zelf, met haar hofdames, zich met vasten en bidden tot de HEERE wendden, heeft God de HEERE hun roepen en bidden genadig verhoord. Hij heeft de boze aanslag en het bloeddorstige voornemen van Haman niet alleen verhinderd, maar zo gekeerd dat het tegendeel van Hamans plan gebeurde. Want op bevel van de koning moest hij Mordechai juist die grote eer bewijzen die hij voor zichzelf bedacht had; ja, Haman werd opgehangen aan de galg van vijftig el hoog die hij had laten maken om er de Jood Mordechai, de opvoeder van koningin Esther, aan op te hangen. Maar Mordechai komt bij de koning in groot aanzien en wordt tot hoge posten verheven. En de Joden krijgen toestemming hun leven te verdedigen en zich op hun vijanden te wreken. Toen dat gedaan was, hielden de Joden overal grote vreugdefeesten, en dat niet alleen één keer, maar Esther en Mordechai hebben ingesteld dat dit ieder jaar zou gebeuren, op de dagen van Purim, ter gedachtenis aan deze wonderbaarlijke en onverwachte verlossing die de HEERE zijn volk heeft gegeven, toen hij hen verloste uit de handen van hun vijanden, terwijl het scheen dat er geen hulp meer voor hen te verwachten was. Wat in dit boek wordt verhaald, is volgens sommigen gebeurd in een tijd van ongeveer twintig jaar, hoewel sommigen er minder rekenen.