Esther (apocrief) 15
Lees Esther (apocrief) 15 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1 Esther, die haar sieraad weer aangedaan heeft, verschijnt voor de koning. 7 Die haar met toornige blik aanziet, zodat zij in onmacht valt. 8 De koning heft haar op en troost haar.
1EN het gebeurde op de derde dag dat zij ophield van bidden, en legde haar treurklederen af, en trok haar heerlijke kleren aan.
2En zeer sierlijk opgetooid zijnde, riep zij de Verlosser aan, en die alle dingen ziet; en nam haar twee dienaressen met zich.
3En leunde op de ene, als zich zeer sierlijk houdende.
4En de andere volgde haar, oplichtende de sleep van haar kleding.
5Zij was blozende in de jeugd van haar schoonheid, en haar aangezicht was vrolijk, en als vriendelijk, maar haar hart was benauwd van vrees.
6En als zij al de deuren ingegaan was, stond zij stil voor de koning, daar hij was gezeten op zijn koninklijke stoel, en bekleed was met al de kleding van zijn heerlijkheid, geheel in het goud en kostelijke gesteenten, en was zeer verschrikkelijk.
7En zijn aangezicht opheffende, dat van heerlijkheid glinsterde, zag hij haar met hevige toorn aan, en de koningin zonk neer, en haar kleur veranderde, en zij viel in onmacht, en boog zich neer op het hoofd van de dienstmaagd die voorging.
8En God veranderde het hart van de koning tot goedheid, en hem werd bange, en hij sprong af van zijn troon, en omving haar met zijn armen, totdat zij tot zichzelf kwam, en troostte haar met woorden van de vrede, en zei tot haar: Wat is u Esther? ik ben uw broer, heb goede moed, u zult niet sterven, want dit gebod geldt ook voor ons.
9Kom hierheen; en zijn gouden scepter opheffende, legde die op haar hals,
10En omhelsde haar, en zei: Spreek tot mij.
11En zij zei tot hem: Ik zag u aan, heer, als een engel van God, en mijn hart werd beroerd uit vrees van uw heerlijkheid;
12Want u bent wonderlijk, heer, en uw aangezicht is vol genade.
13En als zij dat zei, viel zij weer in onmacht.
14En de koning werd beroerd, en al zijn dienaren troostten haar.