Bijbel

Exodus

Oude Testament · 40 hoofdstukken · vrij van rechten (CC0)

Inleiding

Bij de Grieken wordt dit boek Exodus genoemd, dat is uittocht of uitgang; deze naam behouden en gebruiken bijna alle vertalers van de Bijbel, omdat hij goed overeenkomt met het voornaamste dat erin behandeld wordt. Want nadat de Heilige Geest aan het begin van dit boek de grote aanwas van de Israëlieten in Egypte verhaald heeft, en hoe de farao hen heeft pogen te onderdrukken, beschrijft hij de geboorte, de wonderbare redding en de opvoeding van Mozes, en hoe God hem en zijn broer Aäron geroepen en gezonden heeft om zijn volk Israël uit het slavenhuis van Egypte weg te leiden en te verlossen. Toen de farao, die verhard bleef, weigerde hen te laten gaan, heeft God het land Egypte met tien zware plagen geteisterd, en daarna heeft hij door Mozes zijn volk Israël met grote rijkdom en met sterke hand uit Egypte geleid, nadat zij het paaslam gegeten hadden. Hij leidde hen door de Rode Zee (waarin de farao, toen hij hen achtervolgde, met heel zijn leger verdronken is) de woestijn in, en door die woestijn voerde hij hen met een wolkkolom en een vuurkolom, terwijl hij hun manna en kwartels tot voedsel gaf, en water uit een rots tot drank. In deze woestijn werden zij aangevallen door de Amalekieten, die zij overwonnen en versloegen. In deze woestijn komt Jetro tot Mozes en geeft hem goede aanwijzingen, die hij opvolgt. In deze woestijn heeft God ook door Mozes aan het volk van Israël, op de berg Sinaï, de tien geboden gegeven, die met zijn vinger op twee stenen tafelen geschreven waren, en ook veel andere wetten, verordeningen en instellingen. Ook heeft God Mozes opgedragen de tabernakel te maken, met de ark en ander heilig gereedschap en de bijbehorende diensten. Verder wordt in dit boek de afgoderij van de Israëlieten met het gouden kalf verhaald, om welke zonde God hen wilde verdelgen, maar hij laat zich door Mozes vermurwen. Mozes wenste het aangezicht van God te mogen zien. Daarna vernieuwt God zijn verbond met de Israëlieten door Mozes, wiens aangezicht stralend geworden is. Verder verhaalt Mozes de giften en gaven die het volk gebracht heeft voor het maken van de tabernakel, die ruim voldoende daarvoor waren. Nadat het bovenstaande precies volgens het bevel en het ontwerp dat God Mozes gegeven had voltooid was, is de tabernakel opgericht, gezalfd en met de heerlijkheid van God vervuld.