Bijbel

Ezra

Oude Testament · 10 hoofdstukken · vrij van rechten (CC0)

Inleiding

Om het vervolg van de geschiedenis van Gods Kerk aan te geven, heeft het de Heilige Geest behaagd het voorgaande tweede boek van de Kronieken te eindigen met dezelfde woorden waarmee dit boek begint. Hierin heeft de Heilige Geest ons door de priester en Schriftgeleerde Ezra laten beschrijven hoe God zijn volk uit de zeventigjarige Babylonische gevangenschap, overeenkomstig zijn beloften, wonderbaarlijk verlost heeft door de Perzische koning Kores (gewoonlijk Cyrus genoemd). Nadat deze het Babylonische rijk onder zich gebracht had, kondigt hij, door Gods ingeven, de vrijheid voor de Joden af om naar hun land terug te keren en de tempel te bouwen, met allerlei gunstige hulp die daartoe diende. Daarop zijn velen van het volk, wier geest God opgewekt had, onder leiding van de vorst Zerubbabel en de hogepriester Jesua opgetrokken, en zij hebben het altaar van de HEERE gebouwd, God geofferd en het Loofhuttenfeest gehouden, enz. Daarna hebben zij ook het fundament van de tempel gelegd, maar konden het gebouw voorlopig niet voltooien, omdat hun omliggende vijanden, nadat hun listige verzoek om samen te bouwen en een gemeenschappelijke godsdienst te hebben afgewezen was, door slechte praktijken aan het hof zoveel hebben bereikt dat het bouwen werd belemmerd in de volgende jaren van de regering van Kores, Ahasveros en Arthahsasta (gewoonlijk Artaxerxes genoemd), tot in het tweede jaar van koning Darius. Toen hebben zij, opgewekt en versterkt door de profeten Haggai en Zacharia, de bouw van de tempel hervat, en hem door een zeer gunstig en ernstig bevel van Darius, die hierover door zijn landvoogd was ingelicht, ten slotte voltooid, de tempel ingewijd en hun godsdienst daarin uitgeoefend. Een tijd later, toen de zaken onder Gods volk weer vervallen waren, is de priester Ezra door Gods bijzondere beschikking, op zijn verzoek, door koning Arthahsasta in het zevende jaar van zijn koningschap met een flink aantal mensen naar Jeruzalem gezonden, met zeer royale toekenning van alle benodigdheden en volledige opdracht om alles te herstellen en te regelen naar Gods wet, wat Ezra met grote ijver en trouw heeft volbracht. Daarom draagt dit boek (mede omdat hij het beschreven heeft) zijn naam. Wat de tijdrekening betreft, daarover bestaat geen eensgezindheid bij de geleerden die zich daarmee hebben beziggehouden, doordat de koningen en jaren van het Perzische rijk niet op één manier berekend worden, en er onder hen verschil van mening is over deze vier koningen die na Kores of Cyrus gevolgd zijn, namelijk Ahasveros en de eerste Arthahsasta, onder wier regering de tempelbouw belemmerd is; verder wie die Darius geweest is onder wie de tempel voltooid is, en welke de tweede Arthahsasta is die Ezra gezonden heeft om alles te herstellen, en ook naderhand Nehemia om de muren, poorten en stad van Jeruzalem op te bouwen, waarover op de juiste plaats het een en ander is aangetekend, opdat de verstandige lezer kan kiezen wat hem het beste lijkt. Dit blijft echter altijd zeker en vast, dat al deze zaken gebeurd zijn onder het Perzische rijk, dat zijn begin genomen heeft bij deze Kores of Cyrus. Deze geschiedenis begint bij zijn eerste regeringsjaar te Babel en strekt zich uit tot in het zevende jaar van de tweede koning Arthahsasta, en nog enige tijd daarna, zoals ook de volgende geschiedenis van Nehemia begint bij het twintigste jaar van diezelfde koning.