BijbelGalaten

Galaten 1

Lees Galaten 1 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 Na het opschrift van de brief, 3 de gebruikelijke groet, 4 en een dankzegging tot God, 6 bestraft de apostel de gemeenten van Galatië, dat zij zo spoedig waren afgeweken van de apostolische leer. 7 terwijl er toch geen andere leer tot zaligheid kan zijn. 8 al ware het dat een engel die predikte. 10 en dat hij de leer die hij hun gepredikt heeft, niet van mensen, maar van de Heere Christus Zelf geleerd heeft. 13 wat hij bewijst uit zijn vroegere toestand en ijver in het Jodendom, 15 en uit zijn wonderlijke bekering en roeping tot het apostelschap. 17 alsook omdat hij, toen hij geroepen was, met de andere apostelen niet over de leer gesproken heeft, maar terstond naar Arabië is gereisd. 18 en na drie jaren van zijn dienst pas Petrus en Jakobus alleen heeft gezien. 21 Dat hij daarna weer naar Syrië en Cilicië is gereisd, en dat hij alleen door geruchten bij de gemeenten in Judea bekend was.

1Paulus, een apostel, geroepen niet van mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus, en God de Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft,

2En al de broeders, die met mij zijn, aan de Gemeenten van Galatië:

3Genade zij u en vrede van God de Vader, en onze Heere Jezus Christus;

4Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader;

5Die zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

6Ik verwonder mij, dat u zo haast wijkende van degene, die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander Evangelie;

7Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verdraaien.

8Maar al was het ook, dat wij, of een engel uit de hemel u een Evangelie verkondigde, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.

9Zoals wij te voren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu opnieuw: Als u iemand een Evangelie verkondigt, anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt.

10Want predik ik nu de mensen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Want als ik nog mensen behaagde, zo was ik geen dienaar van Christus.

11Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, dat van mij verkondigd is, niet is naar de mens.

12Want ik heb ook hetzelfde niet van een mens ontvangen, noch geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.

13Want u hebt mijn levenswandel gehoord, die vroeger in het Jodendom was, dat ik uitermate zeer de Gemeente van God vervolgde, en dezelfde verwoestte;

14En dat ik in het Jodendom toenam boven velen van mijn ouderdom in mijn geslacht, zijnde overvloedig ijverig voor mijn vaderlijke voorschriften.

15Maar wanneer het voor God behaagd heeft, Die mij van mijn moeders lijf aan afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn genade,

16Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Dezelfde door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, zo ben ik meteen niet te rade gegaan met vlees en bloed;

17En ben niet opnieuw gegaan naar Jeruzalem, tot degenen, die voor mij apostelen waren; maar ik ging heen naar Arabië, en keerde opnieuw naar Damascus.

18Daarna kwam ik na drie jaar weer te Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef bij hem vijftien dagen.

19En zag geen ander van de apostelen, dan Jakobus, de broeder van de Heere.

20Wat nu ik u schrijf, ziet, ik getuig voor God, dat ik niet lieg!

21Daarna ben ik gekomen in de gewesten van Syrië en van Cilicië.

22En ik was van gezicht onbekend aan de Gemeenten in Judea, die in Christus zijn.

23Maar zij hadden alleen gehoord, dat men zei: Degene, die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof, dat hij vroeger verwoestte.

24En zij verheerlijkten God in mij.