Genesis
Oude Testament · 50 hoofdstukken · vrij van rechten (CC0)
Inleiding
Dit eerste boek van Mozes wordt genoemd met een woord dat aan de Griekse taal ontleend is, Genesis, dat Geboorte, of oorsprong, geslacht betekent. Want hierin vinden wij het begin (dat is als een geboorte, Gen. 2:4) van alle zichtbare en onzichtbare dingen, die door God in het begin door zijn Woord uit niets geschapen zijn; en onder deze de mens, begiftigd met Gods beeld, geplaatst in het paradijs, om gehoorzaam blijvend eeuwig te leven, waarvan de boom des levens hem een zichtbaar teken was. Hier is de reden voor het onderhouden van de sabbat, en ook de instelling van het huwelijk. Men vindt hier het begin van de zonde, van de dood en allerlei ellende, die door de ongehoorzaamheid van Adam en Eva in het eten van de verboden vrucht als een geweldige vloed over het hele menselijke geslacht is uitgestort; maar hier is ook de eerste belofte van de genade van de verlossing van de mens door het zaad van de vrouw, dat God uit louter barmhartigheid zou geven om de kop van de slang (die de mens tot ongehoorzaamheid had aangezet) te vermorzelen, de zonde en de dood weg te nemen, en de verloren gaven van de gerechtigheid en het leven terug te brengen. Wij vinden hier het eerste begin van de ware leer, godsdienst en eredienst, die met die eerste belofte ontstaan is, en daarmee van de ware Kerk, die niet alleen door de dienst van Adam, van Abel (die door Kaïn vermoord werd), van Seth, Henoch, Noach en anderen ijverig verzameld is, maar ook door God tot op Noach toe genadig bewaard is. Daarbij komt in dit boek het ontstaan van de afvallige Kaïnieten, die zich met verwerping van de waarheid, vervalsing van de godsdienst en verachting van de godsvrucht van dat heilige volk afgezonderd hebben, en ten slotte door hun grove zonden en schanden de straf van de zondvloed over zich gehaald hebben, maar met behoud van Noach en de zijnen. Vervolgens vindt men hier ook het begin van het herstel van de wereld na de genoemde straf, de afstamming van de volken, de eerste belofte van de roeping van de heidenen, het begin van het eerste wereldrijk, de verdeling van de talen, en de eerste geslachtsregisters die dienen voor de berekening van de tijden en het onderscheid van de volken. Ondertussen is het voornaamste oogmerk van Mozes de herstelling van de Kerk aan te wijzen, die voortgekomen is uit het kleine groepje van Noachs huisgezin, en die, nadat zij een tijd lang in het geslacht van Sem bewaard was gebleven, ten slotte ook tot afgoderij vervallen is. En hoewel Melchizedek en de zijnen nog een overblijfsel van de Kerk waren, heeft het God toch behaagd een bepaald geslacht uit de nakomelingen van Sem te verkiezen, dat hij van alle volken wilde afzonderen en tot zijn eigendom heiligen. Met dat doel heeft hij uit louter genade Abraham met zijn nakomelingen aangenomen, en hem uit Ur in Chaldea, waar hij een afgodendienaar was, geroepen naar het land Kanaän, hem belovend, behalve andere zowel lichamelijke als geestelijke zegeningen, dat de Messias uit zijn nageslacht geboren zou worden; en hij sloot een verbond met hem, dat hij door het teken van de besnijdenis bevestigde. Izak wordt hem geboren, in wie zijn nageslacht genoemd zou worden, en niet in Ismaël, die hij eerder uit Hagar verwekt had, noch in de kinderen die hij na de dood van Sara verwekte uit Ketura. Niettemin wordt hem bevolen zijn zoon te offeren, en hoewel God dit niet laat volbrengen, bewijst Abraham toch zijn gehoorzaamheid, die beloond wordt met de vernieuwing van de eerdere beloften. Van Izak gaat de erfenis van de belofte over op Jakob, aan wie het recht van de eerstgeboorte door God toebedeeld, door Ezau verkocht, en door Izak in zijn zegen toegezegd en bevestigd wordt. Van Jakob gaat zij over op zijn nakomelingen, zoals blijkt uit zijn profetische zegening. Dit uitverkoren geslacht heeft God doorgaans bewaard bij de ware leer en de oprechte godsdienst, geregeerd door zijn Woord en Geest, beschermd tegen zijn vijanden, beproefd met velerlei kruis, maar daarin getroost door zijn toespraken en geholpen door verlossingen. Ondertussen hebben de menselijke zwakheden zich, zelfs bij de voornaamsten, soms geopenbaard, die God hun ter wille van de Messias, die zij door een oprecht geloof met ware bekering omhelsden, genadig heeft vergeven. Deze dingen zijn zeer levendig te zien, zowel in wat Abraham en Izak in Kanaän, in Egypte en in Gerar, als in wat Jakob en Jozef in Kanaän, Mesopotamië en Egypte overkomen is. Ten slotte sterven zij, en laten zeer voortreffelijke getuigenissen na van hun geloof in Gods beloften, niet alleen de tijdelijke, die hun levende nakomelingen betroffen, maar ook de eeuwige, die henzelf als stervenden betroffen. De laatste van hen (van wiens dood in dit boek melding gemaakt wordt) was Jozef, met wiens levenseinde dit boek ook eindigt, en het omvat de geschiedenis van meer dan 2300 jaar.