Bijbel › Gezang in de vuuroven
Gezang in de vuuroven 1
Lees Gezang in de vuuroven 1 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
51 De drie mannen loven de HEERE midden in het vuur, 57 en vermanen alle schepselen dat zij de HEERE willen loven, 83 en voornamelijk de priesters, en allen die de HEERE vrezen.
51TOEN zongen de drie als uit één mond, en loofden en prezen God in de oven, zeggende:
52Geloofd bent U, Heere, U God van onze vaders, die moet geprezen en hoog geroemd zijn in de eeuwigheid. Geloofd zij Uw heerlijke naam die heilig is en hoog te prijzen en te roemen in de eeuwigheid.
53Geloofd bent U in de tempel van Uw heilige heerlijkheid, en hoog geprezen en hoog verheerlijkt bent U in de eeuwigheid.
54Geloofd bent U die daar zit op de Cherubim en ziet de diepten aan, en hoog geprezen en hoog geroemd bent U in de eeuwigheid.
55Geloofd bent U, op de troon van de heerlijkheid van Uw koninkrijk, en hoog geprezen en hoog verheerlijkt bent U in de eeuwigheid.
56Geloofd bent U in de vastheid van de hemel en hoog geprezen en verheerlijkt in de eeuwigheid.
57Alle werken van Heere, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
58Engelen van Heere, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
59Hemelen, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
60Alle wateren, die boven de hemel zijn, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
61Loof Heere, alle heerkrachten van Heere, prijst Hem en roemt Hem.
62Loof Heere, zon en maan, prijst Hem en roemt Hem.
63Loof Heere, gesternten van de hemel, prijst Hem en roemt Hem in de eeuwigheid.
64Regen en dauw, looft Heere, prijst Hem en roemt Hem in de eeuwigheid.
65Alle winden, looft Heere, prijst Hem en looft Hem in de eeuwigheid.
66Vuur en hitte, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
67Koude en hitte looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
68Dauw en rijm looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
69Nachten en dagen, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
70Licht en duisternis looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
71Vorst en koude looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
72IJs en sneeuw looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
73Bliksem en wolken looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
74De aarde love Heere, zij prijze en roeme Hem in de eeuwigheid.
75Bergen en heuvelen, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
76Alles wat in de aarde groeit love Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
77Fonteinen, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
78Zeeën en rivieren, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
79Walvissen en al wat zich roert in de wateren, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
80Alle vogels des hemels, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
81Alle wilde gedierten en vee, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
82Kinderen van de mensen, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
83Israël, looft Heere; prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
84Priesters van Heere, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
85Knechten van Heere, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
86Geesten en zielen van de rechtvaardigen, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
87Heiligen en deemoedigen van hart, looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid.
88Ananias, Azaria, Misaël looft Heere, prijst en roemt Hem in de eeuwigheid, want Hij heeft ons getrokken uit het dodenrijk en heeft ons verlost uit de hand van de dood, en heeft ons behouden uit het midden van de brandende vlam van de oven, en heeft ons behouden uit het midden van het vuur.
89Dank Heere want Hij is vriendelijk, want Zijn barmhartigheid duurt in de eeuwigheid.
90Allen die Heere vrezen, looft de God van de goden, prijst Hem en dankt Hem, want Zijn barmhartigheid duurt in alle eeuwigheid.