Bijbel

Habakuk

Oude Testament · 3 hoofdstukken · vrij van rechten (CC0)

Inleiding

De profeet Habakuk voorzegt dat God besloten heeft de Joden, vanwege hun lelijke en talrijke zonden, te laten vervallen in de handen van de Chaldeeën, maar wel zo dat ook zij zelf, vanwege hun zonden en boosheden, door God gestraft zouden worden. De profeet voegt hieraan een zeer aangrijpend gebed toe, waarin hij de HEERE bidt dat de ellende die het volk van Israël en Juda overkwam, een vaderlijke kastijding zou zijn en geen volledige uitroeiing (Hoofdstuk 3). Wij kunnen niet met zekerheid weten wanneer Habakuk geleefd en geprofeteerd heeft. Verschillende geleerden menen dat hij geprofeteerd heeft in de tijd van de nakomelingen van Josia, of in de tijd van Manasse, omdat de zonden die hij bestraft zeer goed overeenkomen met de zonden van Manasse en van het volk dat in die tijd leefde. In elk geval blijkt uit Hoofdstuk 1:6 dat hij geleefd en geprofeteerd heeft voordat Jeruzalem door Nebukadnezar verwoest werd. Uit deze profeet worden enkele uitspraken in het Nieuwe Testament aangehaald, zoals Hand. 13:41, Rom. 1:17, Gal. 3:11 en ook Hebr. 10:38.