BijbelHenoch

Henoch 102

Lees Henoch 102 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1In die dagen, als Hij een zwaar vuur over u brengt, waarheen zult u vluchten, en waar zult u ontkoming vinden? En wanneer Hij Zijn woord tegen u uitspreekt, zult u dan niet verschrikt worden en vrezen?

2En al de lichten zullen in grote vrees in beroering geraken, en de hele aarde zal verschrikt worden en beven en sidderen.

3En al de engelen zullen hun geboden volbrengen en zich willen verbergen voor het aangezicht van de Grote Heerlijkheid, en de kinderen van de aarde zullen beven en in beroering geraken; en u, zondaren, zult vervloekt zijn tot in eeuwigheid, en u zult geen vrede hebben.

4Vreest niet, u zielen van de rechtvaardigen, en verwacht met hoop de dag van uw dood in gerechtigheid.

5En wees niet bedroefd omdat uw ziel is neergedaald in grote benauwdheid en in geween en in gejammer en in het dodenrijk in verdriet, en omdat uw lichaam tijdens uw leven niet naar uw goedheid vergolden werd; maar wacht eerder op de dag waarop de zondaren geoordeeld worden[^1], en op de dag van vloek en kastijding.

6En wanneer u sterft, zullen de zondaren over u zeggen: Zoals wij sterven, zo sterven de rechtvaardigen; en wat voor nut hebben zij van hun daden gehad?

7Zie, gelijk wij zijn zij gestorven in verdriet en in duisternis; en wat hebben zij meer dan wij? Van nu af zijn wij gelijk.

8En wat zullen zij ontvangen en wat zullen zij zien in eeuwigheid? Want zie, ook zij zijn gestorven, en van nu af zullen zij in eeuwigheid geen licht zien.

9Ik zeg u, u zondaren: het is u genoeg te eten en te drinken, en mensen naakt uit te schudden, en te roven, en te zondigen, en rijkdom te verwerven, en goede dagen te zien.

10Hebt u de rechtvaardigen gezien, hoe hun einde vrede was, want geen geweld werd bij hen gevonden tot de dag van hun dood?

11En toch zijn zij vergaan en geworden als die er niet geweest zijn, en hun zielen zijn neergedaald in het dodenrijk in benauwdheid.