Henoch 15
Lees Henoch 15 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En Hij antwoordde en zei tot mij met Zijn stem: Hoor, vrees niet, Henoch, u rechtvaardige man en schrijver van de gerechtigheid; kom hier en hoor Mijn stem.
2En ga, zeg tot de wachters van de hemel, die u gezonden hebben om voor hen te bidden: U behoort voor de mensen te bidden, en niet de mensen voor u.
3Waarom hebt u de hoge, heilige en eeuwige hemel verlaten, en bij de vrouwen gelegen, en u met de dochters van de mensen verontreinigd, en u vrouwen genomen, en gedaan zoals de kinderen van de aarde, en reuzen als zonen verwekt?
4En u, hoewel u geestelijk was, heilig, levend het eeuwige leven, hebt u met de vrouwen verontreinigd, en met het bloed van vlees kinderen verwekt, en naar het bloed van de mensen begeerd, en gedaan zoals zij die vlees en bloed voortbrengen, die sterven en vergaan.
5En daarom heb Ik hun vrouwen gegeven, opdat zij in haar zouden zaaien en kinderen uit haar geboren zouden worden, opdat zo een werk gedaan zou worden op de aarde.
6Maar u was van den beginne geestelijk, levend het eeuwige leven, dat niet sterft in alle geslachten van de wereld.
7En daarom heb Ik voor u geen vrouwen gemaakt, want de woning van de geestelijke wezens is in de hemel.
8En nu, de reuzen, die geboren zijn uit geest en vlees, zullen boze geesten genoemd worden op de aarde, en op de aarde zal hun woning zijn.
9En boze geesten zijn uit hun lichamen uitgegaan, omdat zij van boven geschapen zijn; uit de heilige wachters was hun begin en hun eerste oorsprong; zij zullen boze geesten zijn op de aarde, en boze geesten zullen zij genoemd worden.
10En de geesten van de hemel, in de hemel zal hun woning zijn; maar de geesten van de aarde, die op de aarde geboren zijn, op de aarde zal hun woning zijn.
11En de geesten van de reuzen, die verdrukken, verderven, aanvallen, strijden en op de aarde verbrijzelen, en verdriet veroorzaken; en zij eten geen voedsel, en dorsten niet, en worden niet waargenomen. En deze geesten zullen zich niet oprichten tegen de kinderen van de mensen en tegen de vrouwen, omdat zij uitgegaan zijn in de dagen van moord en verderf.