Henoch 21
Lees Henoch 21 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En ik ging voort tot een plaats waar niets gemaakt was.
2En ik zag daar een verschrikkelijk werk: geen hoge hemel, en geen gegronde aarde, maar een woeste plaats, verlaten en gruwelijk.
3En daar zag ik zeven sterren van de hemel, samen gebonden op die plaats, als grote bergen en als met vuur brandende.
4Toen zei ik: Om welke zonde zijn zij gebonden, en waarom zijn zij hierheen geworpen?
5En Uriël, een van de heilige engelen die bij mij was — hij was het die mij leidde — zei tot mij: Henoch, waarover vraagt u, en waarover verlangt u de waarheid, en vraagt en zoekt u met ijver?
6Dezen zijn van de sterren die het gebod van El Elyon overtreden hebben, en zij zijn hier gebonden, totdat de tienduizend jaren van de wereld voleindigd zijn, het getal van de dagen van hun zonde.
7En vandaar ging ik naar een andere plaats, nog gruwelijker dan deze, en ik zag een verschrikkelijk werk: een groot vuur dat daar brandde en vlamde, en er was een kloof in, en die reikte tot aan de afgrond, vol grote pilaren van vuur die neerdaalden; en noch de omvang, noch de grootte daarvan kon ik aanschouwen, en ik was niet in staat het met het oog te aanschouwen.
8Toen zei ik: Hoe verschrikkelijk is deze plaats, en hoe pijnlijk om aan te zien!
9Toen antwoordde mij Uriël, een van de heilige engelen die bij mij was; hij antwoordde mij en zei tot mij: Henoch, wat is deze vrees van u, en deze ontsteltenis, vanwege deze verschrikkelijke plaats en voor het aangezicht van deze pijn?
10En hij zei tot mij: Deze plaats is de gevangenis van de engelen, en daar worden zij vastgehouden tot in eeuwigheid.