Henoch 25
Lees Henoch 25 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En hij zei tot mij: Henoch, waarom vraagt u mij naar de geur van deze boom, en verlangt u de waarheid te vernemen, opdat u het zou weten?
2En toen antwoordde ik, Henoch, hem, zeggende: Ik verlang naar alles te weten, maar bovenal aangaande deze boom.
3En hij antwoordde mij, zeggende: Deze hoge berg die u gezien hebt, waarvan de top gelijkt op de troon van de Heere, is Zijn troon, waar de Heilige en Grote, de Heere van de heerlijkheid, de eeuwige Koning, zal zitten, wanneer Hij zal neerdalen om de aarde met goedheid te bezoeken.
4En aangaande deze geurende boom: geen mens van vlees heeft macht om hem aan te raken, tot aan het grote oordeel, wanneer Hij aan alles wraak zal oefenen en het voleindigd zal worden tot in eeuwigheid; dan zal hij gegeven worden aan de rechtvaardigen en de nederigen.
5Van zijn vrucht zal aan de uitverkorenen leven gegeven worden; naar het noorden zal hij geplant worden, op een heilige plaats, bij het huis van de Heere, de eeuwige Koning.
6Dan zullen zij zich verheugen met vreugde en blij zijn; in het heiligdom zullen zij ingaan, en zijn geur zal in hun gebeente doordringen, en zij zullen een lang leven leven op de aarde, zoals uw vaderen geleefd hebben; en in hun dagen zullen verdriet en pijn en moeite en gesel hen niet aanraken.
7Toen zegende ik de Heere van de heerlijkheid, de eeuwige Koning, omdat Hij zulke dingen bereid heeft voor de rechtvaardige mensen, en zo geschapen heeft, en gezegd heeft dat men ze hun geven zou.