Henoch 26
Lees Henoch 26 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En vandaar ging ik naar het midden van de aarde, en ik zag een gezegende en welbesproeide plaats, waarin takken waren die uitliepen en bloeiden, ontsproten uit een boom die was afgehouwen.
2En daar zag ik een heilige berg, en onder de berg, aan de oostzijde, was water, en zijn stroom liep naar het noorden.
3En ik zag naar het oosten een andere berg, hoger dan deze, en tussen hen een diep dal, dat geen breedte had; en ook daarin liep water naar de berg toe.
4En aan de westzijde daarvan was er nog een berg, lager dan deze, en van geringe hoogte, en een dal beneden tussen hen; en andere diepe en droge dalen waren aan de uiteinden van de drie bergen.
5En al zijn dalen waren diep en hadden geen breedte, gehouwen uit harde rots; en geen boom was daarop geplant.
6En ik verwonderde mij over de rots, en ik verwonderde mij over het dal, ja, ik verwonderde mij zeer.