Henoch 27
Lees Henoch 27 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1In die tijd zei ik: Waartoe dient dit gezegende land, dat geheel vol bomen is, en dit vervloekte dal in hun midden?
2In die tijd antwoordde mij Uriël, een van de heilige engelen die bij mij was, en hij zei tot mij: Dit vervloekte dal is voor de vervloekten tot in eeuwigheid. Hier zullen allen verzameld worden die met hun mond tegen God woorden spreken die niet passen, en over Zijn heerlijkheid harde dingen spreken; hier zal men hen verzamelen, en hier zal hun oordeel zijn.
3En in de laatste dagen zal over hen het schouwspel van het rechtvaardige oordeel komen, voor het aangezicht van de rechtvaardigen, tot in eeuwigheid; al de dagen zullen hier de barmhartigen de Heere van de heerlijkheid loven, de eeuwige Koning.
4En in de dagen van hun oordeel zullen zij Hem loven om de barmhartigheid, waarnaar Hij hun heeft toebedeeld.
5In die tijd loofde ook ik de Heere van de heerlijkheid, en ik sprak tot Hem en gewaagde van Hem, zoals het Zijn grootheid past.