Henoch 34
Lees Henoch 34 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En vandaar ging ik naar het noorden toe, tot aan de einden van de aarde, en daar zag ik een groot en heerlijk wonder aan de einden van de hele aarde.
2En daar zag ik de poorten van de hemel geopend in de hemel, drie; door elk van hen gaan de winden uit naar het noorden toe. Wanneer zij waaien, is er koude en hagel en vorst en sneeuw en dauw en regen.
3En uit één poort waait het ten goede; maar wanneer zij door de twee poorten waaien, dan is het met geweld, en er komt verwelken over de aarde, en met geweld waaien zij.