BijbelHenoch

Henoch 37

Lees Henoch 37 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1Het gezicht dat hij zag, een tweede gezicht van wijsheid, dat Henoch zag, de zoon van Jared, de zoon van Mahalaleël, de zoon van Kenan, de zoon van Enos, de zoon van Seth, de zoon van Adam.

2En dit is het begin van de woorden van wijsheid, die ik verhief om te spreken en te zeggen tot hen die op de aarde wonen: Hoort, u die van ouds bent, en ziet, u die na komt, de heilige woorden die ik spreek voor het aangezicht van de Heere van de geesten.

3Voor dezen die van ouds zijn is het beter ze te verkondigen, maar ook aan hen die na komen zullen wij het begin van de wijsheid niet onthouden.

4Tot op de dag van vandaag is mij, van voor het aangezicht van de Heere van de geesten, nooit zulk een wijsheid gegeven als ik ontvangen heb naar mijn inzicht, naar het welbehagen van de Heere van de geesten, door Wie mij het deel van het eeuwige leven gegeven is.

5En er waren drie gelijkenissen voor mij, en ik verhief mijn stem terwijl ik ze sprak tot hen die op de aarde wonen.