BijbelHenoch

Henoch 41

Lees Henoch 41 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1En daarna zag ik alle geheimen van de hemelen, en hoe het koninkrijk verdeeld wordt, en hoe de daden van de mensen in de weegschaal gewogen worden.

2Daar zag ik de woningen van de uitverkorenen en de woningen van de heiligen; en mijn ogen zagen daar al de zondaren, die de Naam van de Heere van de geesten verloochenen, terwijl zij vandaar verdreven en weggesleept werden; en zij konden niet standhouden vanwege de straf die uitgaat van de Heere van de geesten.

3En daar zagen mijn ogen de verborgenheden van de bliksem en de donder, en de verborgenheden van de winden, hoe zij verdeeld worden om over de aarde te waaien, en de verborgenheden van de wolken en de dauw; en daar zag ik vanwaar zij in die plaats uitgaan, en hoe zij vandaar het stof van de aarde verzadigen.

4En daar zag ik gesloten schatkamers, waaruit de winden verdeeld worden, de schatkamer van de hagel en de schatkamer van de nevel; en die van de wolken, en de wolk daarvan zweeft boven de aarde van het begin van de wereld af.

5En ik zag de schatkamers van de zon en de maan, vanwaar zij uitgaan en waarheen zij terugkeren, en hun terugkeer is heerlijk; en hoe de één meer geëerd wordt dan de ander, en hun baan is voornaam, en zij wijken niet van hun baan, en zij voegen er niets aan toe en nemen er niets van af, en zij houden trouw de één met de ander, naar de eed waardoor zij verbonden zijn.

6En eerst gaat de zon uit en maakt haar baan naar het gebod van de Heere van de geesten, en machtig is Zijn Naam tot in alle eeuwigheid.

7En daarna zag ik de verborgen en de openbare baan van de maan, en zij volbrengt de loop van haar baan in die plaats, bij dag en bij nacht — de één ziet naar de ander voor het aangezicht van de Heere van de geesten; en zij danken en loven en rusten niet, want hun danken is hun rust.

8Want de heldere zon heeft veel wending, tot zegen en tot vervloeking; en de loop van de baan van de maan is licht voor de rechtvaardigen en duisternis voor de zondaren, in de Naam van de Heere, Die scheiding gemaakt heeft tussen het licht en de duisternis, en de geesten van de mensen verdeeld heeft, en de geesten van de rechtvaardigen versterkt heeft in de Naam van Zijn gerechtigheid.

9Want geen engel verhindert het, en geen macht kan het verhinderen, want de Heerser over hen allen ziet toe, en Hij oordeelt hen allen voor Zijn aangezicht.