Henoch 45
Lees Henoch 45 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En dit is de tweede gelijkenis aangaande hen die de Naam van de woning van de heiligen en van de Heere van de geesten verloochenen.
2Naar de hemel zullen zij niet opklimmen, en op de aarde zullen zij niet komen; zo zal het lot zijn van de zondaren die de Naam van de Heere van de geesten verloochenen, die zo bewaard worden voor de dag van smart en benauwdheid.
3Op die dag zal Mijn Uitverkorene zitten op de troon van de heerlijkheid, en Hij zal hun werken beproeven; en hun rustplaatsen zullen zonder getal zijn, en hun geest zal versterkt worden in hun binnenste, wanneer zij Mijn Uitverkorene zien en hen die Mijn heilige en heerlijke Naam hebben aangeroepen.
4En op die dag zal Ik Mijn Uitverkorene onder hen doen wonen, en Ik zal de hemel veranderen en hem maken tot een eeuwige zegen en licht.
5En Ik zal de aarde veranderen en haar maken tot een zegen, en Ik zal Mijn uitverkorenen daarop doen wonen; maar zij die zonde en overtreding doen, zullen haar niet betreden.
6Want Ik heb Mijn rechtvaardigen aangezien en hen met vrede verzadigd, en Ik heb hen voor Mijn aangezicht gesteld; maar voor de zondaren is het oordeel Mij nabij gekomen, opdat Ik hen zou verdelgen van het aangezicht van de aarde.