Henoch 53
Lees Henoch 53 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En daar zagen mijn ogen een diep dal, en zijn mond stond open; en allen die op de aarde en de zee en de eilanden wonen, zullen hem geschenken en gaven en huldeblijken brengen, maar dat diepe dal zal niet vol worden.
2En hun handen bedrijven ongerechtigheid, en alles waarvoor zij zwoegen verslinden de zondaren in ongerechtigheid; maar de zondaren zullen vernietigd worden van voor het aangezicht van de Heere van de geesten, en van het aangezicht van Zijn aarde zullen zij verdreven worden, en zij zullen niet blijven bestaan tot in alle eeuwigheid.
3Want ik zag al de engelen van de straf rondgaan en al de werktuigen van Satan gereedmaken.
4En ik vroeg de engel des vredes die met mij ging: Voor wie maken zij deze werktuigen gereed?
5En hij zei tot mij: Zij maken deze gereed voor de koningen en de machtigen dezer aarde, opdat zij daardoor vernietigd zouden worden.
6En na dezen zal de Rechtvaardige en Uitverkorene het huis van zijn vergadering doen verschijnen; van nu af zullen zij niet meer verhinderd worden in de naam van de Heere van de geesten.
7En deze bergen zullen voor zijn aangezicht als de vlakke aarde worden, en de heuvels zullen als een bron van water worden, en de rechtvaardigen zullen rust hebben van de verdrukking van de zondaren.