Henoch 55
Lees Henoch 55 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En daarna kreeg het Hoofd van de dagen berouw en zei: Tevergeefs heb Ik allen vernietigd die op de aarde wonen.
2En Hij zwoer bij Zijn grote naam dat Hij van nu af aan zo niet meer zou doen aan allen die op de aarde wonen, en Hij zou een teken stellen in de hemelen; en het zal tussen Mij en hen een onderpand van trouw zijn tot in eeuwigheid, zolang als de dagen van de hemel boven de aarde zijn.
3En hierna is het naar Mijn gebod: wanneer Ik verlangd heb hen te grijpen door de hand van de engelen op de dag van benauwdheid en smart, dan zal om deze reden Mijn toorn en Mijn straf op hen blijven, Mijn toorn en Mijn straf, zegt God, de Heere van de geesten.
4Koningen en machtigen die op de aarde woont, u zult Mijn Uitverkorene aanschouwen, hoe hij zit op de troon van Mijn heerlijkheid en Azazel oordeelt, en heel zijn vergadering en heel zijn legerschare, in de naam van de Heere van de geesten.