Henoch 6
Lees Henoch 6 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En het gebeurde, toen de kinderen van de mensen zich vermenigvuldigd hadden, dat in die dagen aan hen schone en welgevallige dochters geboren werden.
2En de engelen, de kinderen van de hemel, zagen hen en begeerden hen, en zeiden onder elkander: Komt, laat ons uit de kinderen van de mensen vrouwen voor ons kiezen en ons kinderen verwekken.
3En Semjaza, die hun aanvoerder was, zei tot hen: Ik vrees dat u deze daad wellicht niet zult willen volbrengen, en dat ik alleen de boeter van deze grote zonde zal zijn.
4En zij allen antwoordden hem en zeiden: Laat ons allen een eed zweren en ons onderling door vervloekingen verbinden, dat wij van dit voornemen niet zullen afwijken, maar dit voornemen tot een daad zullen maken.
5Toen zwoeren zij allen tezamen en verbonden zich allen onderling door vervloekingen daaraan.
6En zij waren in het geheel tweehonderd; en zij daalden neder op Ardis, dat de top is van de berg Hermon; en zij noemden hem de berg Hermon, omdat zij daarop gezworen en zich onderling door vervloekingen verbonden hadden.
7En dit zijn de namen van hun aanvoerders: Semjaza, die hun aanvoerder was, Urakibarameël, Akibeël, Tamiël, Ramuël, Danël, Ezekeël, Sarakujal, Asaël, Armars, Batreal, Anani, Zakebe, Samsaweël, Sartaël, Turël, Jomjaël, Arazjal.
8Dezen waren de aanvoerders van de tweehonderd engelen, en al de overigen waren met hen.