Henoch 73
Lees Henoch 73 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En na deze inzetting zag ik een andere inzetting, voor het kleine licht, welks naam de Maan is.
2En haar kring is als de kring des hemels, en haar wagen waarop zij rijdt, drijft de wind voort; en haar wordt het licht naar maat gegeven.
3En elke maand veranderen haar opgang en haar ondergang, en haar dagen zijn als de dagen van de zon; en wanneer haar licht gelijkmatig is, is haar licht een zevende deel van het licht van de zon; en zo gaat zij op.
4En haar eerste schijnsel, dat naar het oosten is, komt uit op de dertigste morgen; en op die dag wordt zij zichtbaar en is zij voor u het begin van de maand op de dertigste morgen, samen met de zon in de poort waaruit de zon uitgaat.
5En de ene helft van haar treedt uit met een zevende deel, en haar hele kring is leeg, zonder licht, behalve een zevende deel daarvan, van de veertien delen van haar licht.
6En op de dag dat zij een zevende deel en de helft van haar licht ontvangt, wordt haar licht een zevende deel en de helft daarvan.
7En haar helft gaat onder met de zon. En wanneer de zon opgaat, gaat de maan met hem op en ontvangt de helft van één deel licht; en in die nacht, bij het begin van haar morgen, vóór haar dag, gaat de maan onder met de zon en is duister in die nacht met de veertien delen en de helft van één daarvan.
8En zij gaat op die dag op met nauwkeurig een zevende deel, en komt uit en wijkt terug van de opgang van de zon, en zij schijnt in het overige van haar dag met de veertien delen.[^1]