Henoch 75
Lees Henoch 75 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En de leidslieden van de hoofden van de duizenden, die over de hele schepping en over al de sterren gesteld zijn, hebben ook te doen met de vier dagen die worden toegevoegd, onafscheidelijk van hun standplaats, naar de hele berekening van het jaar; en dezen verrichten dienst op de vier dagen die niet in de berekening van het jaar worden gerekend.
2En om hunnentwil dwalen de mensen aangaande hen, want die lichten verrichten werkelijk dienst op de wereldstandplaatsen, één in de eerste poort, en één in de derde poort, en één in de vierde poort, en één in de zesde poort; en de nauwkeurigheid van de wereld wordt voleindigd door haar driehonderdvierenzestig wereldstandplaatsen.
3Want voor de tekenen en de tijden en de jaren en de dagen toonde Uriël mij, de engel die de Heere van de heerlijkheid, die in eeuwigheid is, gesteld heeft over al de lichten des hemels, in de hemel en in de wereld, opdat zij zouden heersen op het aangezicht des hemels en gezien worden op de aarde, en leidslieden zouden zijn voor de dag en voor de nacht: de zon en de maan en de sterren, en al de dienende menigte die hun omloop maken in al de wagens des hemels.
4Zó toonde Uriël mij twaalf poorten, geopende, in de kring van de wagen van de zon in de hemel, waaruit de stralen van de zon uitgaan, en waaruit de warmte uitgaat over de aarde, wanneer zij geopend worden op de bestemde tijden.
5En voor de winden en voor de geest van de dauw, wanneer zij geopend worden op de tijden, staande open in de hemelen aan de einden.
6Twaalf poorten zag ik in de hemel, aan de einden van de aarde, waaruit de zon en de maan en de sterren en al de werken des hemels uitgaan, van het oosten en van het westen.
7En vele geopende vensters zijn er aan hun linkerhand en aan hun rechterhand; en één venster brengt op zijn tijd warmte voort, overeenkomstig die poorten waaruit de sterren uitgaan, zoals Hij hun geboden heeft, en waarin zij ondergaan naar hun getal.
8En ik zag wagens in de hemel, snellende door de wereld, boven die poorten en beneden die poorten, waarin de sterren zich wenden die niet ondergaan.
9En één is groter dan zij allen, en die maakt zijn omloop door de hele wereld.