Henoch 83
Lees Henoch 83 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
1En nu, mijn zoon Methuselah, zal ik u al de gezichten tonen die ik gezien heb; voor uw aangezicht verhaal ik ze.
2Twee gezichten heb ik gezien voordat ik een vrouw nam, en het ene was in niets gelijk aan het andere: het eerste, toen ik leerde schrijven; en het andere, voordat ik uw moeder nam, zag ik een zwaar gezicht. En aangaande beide deed ik smeking tot de Heere.
3Toen ik neergelegen was in het huis van Mahalalel, mijn grootvader, zag ik in een gezicht hoe de hemel instortte en werd weggerukt en op de aarde viel.
4En toen hij op de aarde viel, zag ik de aarde, hoe zij verzwolgen werd in een grote afgrond, en bergen op bergen hingen, en heuvelen op heuvelen wegzonken, en hoge bomen van hun stammen werden afgehouwen en neergeworpen en in de afgrond wegzonken.
5En daarop viel een woord in mijn mond, en ik verhief mijn stem om te roepen, en ik zei: De aarde is verdorven.
6En Mahalalel, mijn grootvader, wekte mij op, terwijl ik bij hem lag, en zei tot mij: Waarom roept u zo, mijn zoon, en waarom maakt u zulk een weeklacht?
7En ik verhaalde hem het hele gezicht dat ik gezien had, en hij zei tot mij: Een geducht ding hebt u gezien, mijn zoon, en machtig is het gezicht van uw droom aangaande de verborgen zonden van de hele aarde: zij moet in de afgrond wegzinken en met een grote vernietiging vernietigd worden.
8En nu, mijn zoon, sta op en smeek de Heere van de heerlijkheid — want u bent getrouw — dat er een overblijfsel op de aarde moge overblijven, en dat Hij de hele aarde niet uitroeie.
9Mijn zoon, uit de hemel zal dit alles over de aarde komen, en op de aarde zal een grote vernietiging gebeuren.
10En daarop stond ik op en bad en smeekte, en ik schreef mijn gebed op voor de geslachten van de wereld; en alles zal ik u tonen, mijn zoon Methuselah.
11En toen ik naar beneden was uitgegaan en de hemel had aangezien, en de zon die uit het oosten opging, en de maan die in het westen onderging, en enkele sterren, en alles zoals het van den beginne bekend was, toen zegende ik de Heere des oordeels en gaf Hem grootheid, omdat Hij de zon uit de vensters van het oosten heeft doen uitgaan, en zij opklom en oprees op het aangezicht des hemels, en opging en de weg bewandelde die haar getoond was.