BijbelHooglied

Hooglied 3

Lees Hooglied 3 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

De Bruid vertelt hoe ijverig zij haar Bruidegom gezocht heeft, maar tevergeefs, vers 1, 2, 3; ten slotte vindt zij Hem, en houdt Hem vast, 4. Hij wil niet dat men zijn Bruid zal opwekken, 5. Het sieraad van de Bruid, nadat zij uit de verdrukking gekomen was, 6; het bed, of de rustbank van de Bruidegom, onder het beeld van Salomo's bed en rustbank, 7. De gelovigen worden uitgenodigd, onder verbloemde woorden over Salomo's bruiloft met zijn bruid, tot het Rijk der heerlijkheid, 11.

1Ik zocht in de nacht op mijn bed Hem, Die mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet; ik zei:

2Ik zal nu opstaan, en in de stad omgaan, in de wijken en in de straten; ik zal Hem zoeken, Die mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet.

3De wachters, die in de stad omgingen, vonden mij: ik zei: Hebt u Die gezien, Die mijn ziel liefheeft?

4Toen ik een klein eindje van hen weggegaan was, vond ik Hem, Die mijn ziel liefheeft; ik hield Hem vast, en liet Hem niet gaan, voordat ik Hem in het huis van mijn moeder gebracht had, en in de binnenste kamer van degene, die mij gebaard heeft.

5Ik bezweer u, u dochters van Jeruzalem! die bij de reeën of bij de hinden van het veld bent, dat u de liefde niet opwekt, noch wakker maakt, voordat het haar luste!

6Wie is zij, die daar opkomt uit de woestijn, als rookpilaren, berookt met mirre en wierook, en met allerlei poeder van de kruidenier?

7Zie, het bed, dat Salomo heeft, daar zijn zestig helden rondom van de helden van Israël;

8Die allemaal zwaarden houden, geleerd ten oorlog, elk hebbende zijn zwaard aan zijn heup, vanwege de schrik in de nacht.

9De koning Salomo heeft zich een koets gemaakt van het hout van Libanon.

10De pilaren daarvan maakte hij van zilver, haar vloer van goud, haar gehemelte van purper; het binnenste was bespreid met de liefde van de dochters van Jeruzalem.

11Ga uit, en aanschouwt, u, dochters van Sion! de koning Salomo, met de kroon, waarmee Hem Zijn moeder kroonde op de dag van Zijn bruiloft, en op de dag van de vreugde van Zijn hart.