Hooglied 6
Lees Hooglied 6 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
De gezellinnen vragen de Bruid naar haar Liefste, vers 1, die zij hun aanwijst, 2. De Bruidegom verhaalt de gestalte van zijn Bruid, 4; alsook dat Hij zijn hof bezoekt, 11. De Bruidegom nodigt zijn Bruid tot zich, 13.
1Waar is uw Liefste heengegaan, o u schoonste onder de vrouwen? Waarheen heeft uw Liefste het aangezicht gewend, opdat wij Hem met u zoeken?
2Mijn Liefste is afgegaan in Zijn hof, tot de specerijbedden, om te weiden in de hoven, en om de leliën te verzamelen.
3Ik ben van mijn Liefste, en mijn Liefste is van mij, Die onder de leliën weidt.
4U bent schoon, Mijn vriendin, gelijk Thirza, liefelijk als Jeruzalem, schrikkelijk als slagorden met banieren.
5Wend uw ogen van Mij af, want zij doen Mij geweld aan; uw haar is als een kudde geiten, die het gras van Gilead afscheren.
6Uw tanden zijn als een kudde schapen, die uit de wasstede opkomen, die al samen tweelingen voortbrengen, en daaronder is geen jongeloos.
7Uw wangen zijn als een stuk van een granaatappel tussen uw vlechten.
8Er zijn zestig koninginnen en tachtig bijvrouwen, en maagden zonder getal.
9Één enige is Mijn duif, Mijn volmaakte, de enige van haar moeder, zij is de zuivere van degene, die haar gebaard heeft; als de dochters haar zien, zo zullen zij haar welgelukzalig roemen, de koninginnen en de bijvrouwen; en zij zullen haar prijzen.
10Wie is zij, die er uitziet als de dageraad, schoon, zoals de maan, zuiver als de zon, schrikkelijk als slagorden met banieren?
11Ik ben tot de notenhof afgegaan om de groene vruchten van de vallei te zien; om te zien, of de wijnstok bloeide, de granaatbomen uitbotten.
12Voordat ik het wist, zette mij mijn ziel op de wagens van mijn vrijwillig volk.
13Keer weer, keer weer, o Sulammith! Keer weer, keer weer, dat wij u mogen aanzien. Wat ziet u de Sulammith aan? Zij is als een rei van twee legers.