Hooglied 7
Lees Hooglied 7 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
De Bruid wordt geroemd vanwege haar schoonheid en lieflijkheid, vers 1, enz. Zij verheugt zich vanwege de gemeenschap met haar Bruidegom, 10. Zij nodigt Hem uit, en zij begeert met Hem de Kerken te gaan bezoeken, 11, enz.
1Hoe schoon zijn uw gangen in de schoenen, u prinsendochter! de omdraaiingen van uw heupen zijn als kostelijke ketens, zijnde het werk van de handen van een kunstenaar.
2Uw navel is als een ronde beker, waaraan geen drank ontbreekt; uw buik is als één hoop tarwe, rondom bezet met leliën.
3Uw twee borsten zijn als twee welpen, tweelingen van een ree.
4Uw hals is als een ivoren toren, uw ogen zijn als de vijvers te Hesbon, bij de poort van Bath-rabbim; uw neus is als de toren van Libanon, die tegen Damascus ziet.
5Uw hoofd op u is als Karmel, en de haarband van uw hoofd als purper; de koning is als gebonden op de galerijen.
6Hoe schoon bent u, en hoe liefelijk bent u, o liefde, in hartstochten!
7Deze uw lengte is te vergelijken bij een palmboom, en uw borsten bij druiftrossen.
8Ik zei: Ik zal op de palmboom klimmen, ik zal zijn takken grijpen; zo zullen dan uw borsten zijn als druiftrossen aan de wijnstok, en de reuk van uw neus als appelen.
9En uw gehemelte als goede wijn, die recht tot mijn Geliefde gaat, doende de lippen van de slapenden spreken.
10Ik ben van mijn Liefste, en Zijn genegenheid is tot mij.
11Kom, mijn Liefste! laat ons uitgaan in het veld, laat ons overnachten op de dorpen.
12Laat ons vroeg ons opmaken naar de wijnbergen, laat ons zien, of de wijnstok bloeit, de jonge druifjes zich opendoen, de granaatappelbomen uitbotten; daar zal ik U mijn uitnemende liefde geven.
13De dudaim geven reuk, en aan onze deuren zijn allerlei edele vruchten, nieuwe en oude; o mijn Liefste! die heb ik voor U weggelegd.