Hosea 12
Lees Hosea 12 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Klacht over Efraïm en Juda, vers 1, enz. door voorstellingen van Gods weldaden aan hun voorvader Jakob, en voorts aan hen allen bewezen, worden zij vermaand tot bekering, 4, enz. Evenzo, 13, 14. hun onrechtvaardigheid en bedrog in alle koophandel, trots, onbeschaamdheid en afgoderij verwekken Gods zware toorn, 8, 9, 12, 15. Hiertussen wordt een belofte van genade ingevoegd, 10, 11.
1Die van Efraïm hebben Mij omsingeld met leugen, en het huis van Israël met bedrog; maar Juda heerste nog met God, en was met de heiligen getrouw.
2Efraïm weidt zich met wind, en jaagt de oostenwind na; de hele dag vermenigvuldigt hij leugen en verwoesting; en zij maken verbond met Assur, en de olie wordt naar Egypte gevoerd.
3Ook heeft JAHWEH een twist met Juda, en Hij zal bezoeking doen over Jakob naar zijn wegen, naar zijn handelingen zal Hij hem vergelden.
4In moeders buik hield hij zijn broer bij de hiel; en in zijn kracht gedroeg hij zich vorstelijk met God.
5Ja, hij gedroeg zich vorstelijk tegen de Engel, en overweldigd Hem; hij huilde en smeekte Hem. Te Beth-el vond hij Hem, en daar sprak Hij met ons;
6Namelijk, JAHWEH, de God van de legermachten; JAHWEH is Zijn gedenknaam.
7U dan, bekeer u tot uw God, bewaar goedertierenheid en recht, en wacht steeds op uw God.
8In de hand van de koopman is een bedriegelijke weegschaal, hij houdt ervan te verdrukken;
9Nog zegt Efraïm: Evenwel ben ik rijk geworden, ik heb mij groot goed verkregen; in al mijn arbeid zullen zij mij geen ongerechtigheid vinden, die zonde zij.
10Maar Ik ben JAHWEH, uw God, van Egypteland af; Ik zal u nog in tenten doen wonen, als in de dagen van de samenkomst;
11En Ik zal spreken tot de profeten, en Ik zal het visioen vermenigvuldigen; en door de dienst van de profeten zal Ik gelijkenissen voorstellen.
12Zeker is Gilead ongerechtigheid, zij zijn enkel zinloosheid; te Gilgal offeren zij ossen, ja, hun altaren zijn als steenhopen op de voren van de velden.
13Jakob vluchtte toch naar het veld van Syrië, en Israël diende om een vrouw, en hoedde om een vrouw.
14Maar JAHWEH voerde Israël op uit Egypte door een profeet, en door een profeet werd hij gehoed.
15Efraïm daarentegen heeft Hem zeer bitter vertoornd; daarom zal Hij zijn bloed op hem laten, en zijn Heere zal hem zijn smaad vergelden.