BijbelJakobus

Jakobus 5

Lees Jakobus 5 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

1 De apostel gaat voort met de vermaningen tot een christelijke wandel, en wijst de ellenden aan die komen over de rijken, 4 die de armen hun loon onthouden, 5 die de rijkdommen misbruiken tot wellust, 6 en die de vromen onderdrukken. 7 Vermaant de onderdrukten tot lankmoedige lijdzaamheid, met de komst van Christus, en met de voorbeelden van een landman, 10 van de profeten, en vooral van Job. 12 Maant af van lichtvaardig zweren. 13 Leert hoe men zich moet gedragen in tegenspoed en voorspoed. 14 En wat de zieken moeten doen, alzok welke dienst men aan hen moet bewijzen, vooral door hen te zalven en voor hen te bidden. 17 En wijst met het voorbeeld van Elia aan hoe krachtig het gebed van de gelovigen is. 19 En ten slotte vermaant hij de afgedwaalden weer tot de rechte weg en tot bekering te brengen. 20 En leert hoe heerlijk een werk dat is.

1Nu dan, u rijken, weent en huilt over uw ellendigheden, die over u komen.

2Uw rijkdom is verrot, en uw kleren zijn van de motten gegeten geworden;

3Uw goud en zilver is verroest; en hun roest zal u zijn tot een getuigenis, en zal uw vlees als een vuur verteren; u hebt schatten verzameld in de laatste dagen.

4Zie, het loon van de arbeiders, die uw landen gemaaid hebben, dat van u verkort is, roept; en het geschrei van degenen, die geoogst hebben, is gekomen tot in de oren van de Heere Zebaoth.

5U hebt lekker geleefd op de aarde, en hartstochten gevolgd; u hebt uw harten gevoed als in een dag van de slachting.

6U hebt veroordeeld, u hebt gedood de rechtvaardige; hij weerstaat u niet.

7Zo wees dan geduldig, broeders, tot de toekomst van de Heere. Zie, de landman verwacht de kostelijke vrucht van het land, geduldig zijnde daarover, totdat het de vroegen en spade regen zal hebben ontvangen.

8Wees u ook geduldig, versterkt uw harten; want de toekomst van de Heere nadert.

9Zucht niet tegen elkaar, broeders, opdat u niet veroordeeld wordt. Zie, de Rechter staat voor de deur.

10Mijn broeders, neemt tot een voorbeeld van het lijden, en van de geduld de profeten, die in de Naam van de Heere gesproken hebben.

11Zie, wij houden hen gelukzalig, die verdragen; u hebt de verdraagzaamheid van Job gehoord, en u hebt het einde van de Heere gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer.

12Maar voor alle dingen, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch enige anderen eed; maar uw ja, zij ja, en het neen, neen; opdat u in geen oordeel valt.

13Is iemand onder u in lijden? Dat hij bidde. Is iemand goedsmoeds? Dat hij psalmzinge.

14Is iemand ziek onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen van de Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in de Naam van de Heere.

15En het gebed van het geloof zal de zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden.

16Belijd elkaar de misdaden, en bidt voor elkaar, opdat u gezond wordt; een krachtig gebed van de rechtvaardigen vermag veel.

17Elia was een mens van gelijke bewegingen als wij; en hij bad een gebed, dat het niet zou regenen; en het regende niet op de aarde in drie jaren en zes maanden.

18En hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen, en de aarde bracht haar vrucht voort.

19Broeders, als iemand onder u van de waarheid is afgedwaald, en hem iemand bekeert,

20Die wete, dat degene, die een zondaar van de dwaling van zijn weg bekeert, een ziel van de dood zal behouden, en menigte van de zonden zal bedekken.