Jesaja 17
Lees Jesaja 17 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.
Profetie aangaande de ondergang van de steden Damascus en Samaria, vers 1 enzovoort, evenals van de steden van Israel, door de Assyriers, 2. Het lijden doet opmerken, 7. Profetie van de nederlaag van de Assyriers, 12.
1De last van Damascus. Zie, Damascus zal weggenomen worden, dat zij geen stad meer zij, maar zij zal een vervallen steenhoop zijn.
2De steden van Aroër zullen verlaten worden; voor de kudden zullen zij wezen, die zullen daar neerliggen, en niemand zal ze verschrikken.
3En de vesting zal ophouden van Efraïm, en het koninkrijk van Damascus, en het overblijfsel van de Syriërs; zij zullen zijn gelijk de heerlijkheid van de Israëlieten, spreekt JAHWEH van de legermachten.
4En het zal gebeuren op die dag, dat de heerlijkheid van Jakob verdund zal worden, en dat de vettigheid van zijn vlees mager worden zal.
5Want hij zal zijn, gelijk wanneer een maaier het staande koren verzamelt, en zijn arm aren afmaait; ja, hij zal zijn, gelijk wanneer iemand aren leest in het dal Refaim.
6Maar een nalezing zal daarin overig blijven, gelijk in de afschudding van een olijfboom, twee of drie bezien in de top van de bovenste twijg, en vier of vijf aan zijn vruchtbare takken, spreekt JAHWEH, de God van Israël.
7Te die dage zal de mens zien naar Die, Die hem gemaakt heeft, en zijn ogen zullen op de Heilige van Israël zien.
8En hij zal niet aanschouwen de altaren, het werk van zijn handen, ook wat zijn vingers gemaakt hebben, zal hij niet aanzien, noch de bossen, noch de zonnebeelden.
9Te die dage zullen zijn sterke steden zijn, als een verlaten struik, en bovenste tak, die zij verlaten hebben, vanwege de Israëlieten, hoewel daar verwoesting zal wezen.
10Want u hebt de God van uw heil vergeten, en niet gedacht aan de Rotssteen van uw sterkte; daarom zult u wel liefelijke planten planten, en u zult hem met uitlandse ranken bezetten;
11Op de dag als u ze zult geplant hebben, zult u die doen groeien, en in de morgenstond zult u uw zaad doen bloeien; maar het zal maar één hoop van het gemaaide zijn, in de dag van de ziekte en van de pijnlijke smart.
12Wee de veelheid van de grote volken, die daar bruisen, zoals de zeeën bruisen; en wee het geruis van de natiën, die daar ruisen, zoals de geweldige wateren ruisen!
13De natiën zullen wel ruisen, gelijk grote wateren ruisen; maar Hij zal hem bestraffen, zo zal hij ver wegvluchten, ja, hij zal gejaagd worden, als het kaf van de bergen van de wind, en gelijk een kloot van de wervelwind.
14Ten tijde van de avond, ziet, zo is er verschrikking, voordat het morgen is, is hij er niet meer. Dit is het deel van degenen, die ons beroven, en het lot van degenen, die ons plunderen.