BijbelJesaja

Jesaja 18

Lees Jesaja 18 in de leesweergave, met grondtekst, Strong-nummers, kanttekeningen en de verschillen met de Statenvertaling.

Profetie tegen de Moren, vers 1 enzovoort. Belofte van de bescherming van de kerk en de straf van haar vijanden, 4. Een profetie van de bekering van de heidenen, 7.

1Wee het land, dat schaduwachtig is aan de grenzen, dat aan de zijde van de rivieren van Morenland is;

2Dat gezanten zendt over de zee, en in schepen van biezen op de wateren! Ga heen, u snelle boden! tot een volk, dat getrokken is en geplukt, tot een volk, dat vreselijk is van dat het was en voortaan; een volk van regel en regel, en van vertreding, waarvan de rivieren het land beroven.

3Allen u ingezetenen van de wereld, en u inwoners van de aarde! als men de banier zal oprichten op de bergen, zult u het zien, en als de bazuin zal blazen, zult u het horen.

4Want zo heeft JAHWEH tot mij gezegd: Ik zal stil zijn, en zien in Mijn woning, als de glinsterende hitte op de regen, als een wolk van de dauw in de hitte van de oogst;

5Want voor de oogst, als de botte volkomen is, en de onrijpe druif rijp wordt na de bloesem, zo zal Hij de ranken met snoeimessen afsnijden, en de takken wegdoen en afkappen.

6Zij zullen samen gelaten worden de roofvogelen van de bergen, en de dieren van de aarde; en de roofvogelen zullen op hen overzomeren, en alle dieren van de aarde zullen daarop overwinteren.

7Te die tijd zal aan JAHWEH van de legermachten een geschenk gebracht worden van het volk, dat getrokken is en geplukt, en van het volk, dat vreselijk is van dat het was en voortaan; een volk van regel en regel, en van vertreding, waarvan de rivieren het land beroven; tot de plaats van de Naam van JAHWEH van de legermachten, tot de berg Sion.